De op 28 februari overleden Nederlandse wiskundige, taalwetenschapper en schrijver Hugo Brandt Corstius werd op 29 augustus 1935 geboren in Eindhoven. Hij werd bekend als taalgoochelaar Battus en met zijn vaak gepeperde columns, waarmee hij veel lezers op de kast joeg. 

Hij had een voorliefde voor pseudoniemen en schreef onder meer onder de namen Piet Grijs en Battus. Hugo Brandt Corstius was de vader van journalist en programmamaker Jelle en schrijfster Aaf Brandt Corstius. 

Brandt Corstius studeerde na het gymnasium wiskunde en algemene taalwetenschappen in Amsterdam. In zijn studententijd was hij redacteur bij het tijdschrift Propria Cures.

Net als zijn vader, hoogleraar vergelijkende literatuurwetenschap Jan Brandt Corstius, ging hij de wetenschap in. In 1970 promoveerde hij in de taalwetenschap en in 1974 werd hij hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Opperlands  

De taalwetenschapper schreef onder het pseudoniem Battus Opperlandse Taal- en Letterkunde. In het boek uit 1981 staan talloze taalspelletjes en opmerkelijke weetjes over taal. "Opperlands is Nederlands met vakantie", beschrijft Brandt Corstius in zijn boek. 

In het werk staan tal van taalspitsvondigheden, zoals een kort verhaal met louter de klinker a. Ook verzamelde hij palindromische zinnen, die zowel op de klassieke manier als van achter naar voor te lezen zijn. Hij bracht ze onder meer samen in het versje Ai de Massamedia

Naast zijn boeken over taal schreef Brandt Corstius ook romans. Met zijn boek Ik Sta Op Mijn Hoofd won hij in 1967 de Anne Frankprijs. Voor zijn essays won hij in 1985 de Busken Huet-prijs. 

Hugo Brandt Corstius ondertekende zijn werk graag met andere naam. Naast Battus en Grijs zijn met hem ook Victor Baarn, Batticus, Peter Malenkov, Raoul Chapkis, Jan Eter, Maaike Helder en Stoker heengegaan. Hij schreef onder de pseudoniemen columns voor tijdschriften als Vrij Nederland en kranten als de Volkskrant en NRC Handelsblad

​Scherpe pen

De polemist had een buitengemeen scherpe pen. Zo viel hij als VN-columnist Piet Grijs criminoloog Wouter Buikhuisen in een reeks columns aan vanwege zijn onderzoeken naar biologische oorzaken van criminaliteit. Toenmalig minister van Financiën Onno Ruding vergeleek hij in de jaren tachtig met nazikopstuk Adolf Eichmann. 

De taalwetenschapper en schrijver kwam met zijn kritische essays ook wel in de problemen. Minister Elco Brinkman besloot in 1984 Brandt Corstius de P.C. Hooftprijs te weigeren, omdat hij "het kwetsen tot instrument had verheven". De jury besloot daarop de prijs niet uit te reiken.

De twee daaropvolgende jaren werd de prijs ook niet uitgereikt. Nadat werd besloten de P.C. Hooftprijs geen staatsprijs meer te laten zijn, won Brandt Corstius in 1987 de prijs alsnog.