De Zweedse successchrijver Håkan Nesser droomt naar eigen zeggen heimelijk van "vrouwen die zich wereldwijd verenigen".  

Nesser bracht recent De slager van Klein Birma uit. In dit laatste boek van zijn vijfdelige reeks grijpt inspecteur Gunnar Barbarotti bij vlagen naar oeroude Bijbelse wijsheden

NU.nl sprak met de auteur over zijn nieuwste werk, over excentriekelingen en over goden.

U hebt in een interview in 2012 laten weten dat u nog tee à drie boeken te gaan had, en dan was het finito. Hoe staat het met dat voornemen?

Ik wil over nieuwe dingen schrijven, en als ik niet het idee heb dat die nog in mij zitten, ga ik er geen boek uitpersen.

Maar u exploreert het leven via uw personages. Dat de Barbarotti-reeks is afgesloten, betekent toch niet dat u niets meer te onderzoeken heeft?

Ik denk dat ik nu in een fase zit waarin ik veel onbekend terrein heb verkend en veel antwoorden heb gevonden. Dat kan zomaar opeens omdraaien - hoogstwaarschijnlijk zal dat gebeuren. Mijn geest zal ongetwijfeld weer bestookt worden met nieuwe kwesties, waarvoor ik een nieuw personage verzin om die verkenningstocht wederom mee aan te gaan.

Het geeft me een ruime mate van vrijheid om dat via de morele kaders van anderen te doen. Met de anderen bedoel ik de personages die ik zelf creëer. 

En dat bijpersonage in De slager van klein Birma, dat excentrieke taalkundige genie in zijn mosterdgele pak?

Hij zou een geweldige nieuwe hoofdpersoon zijn. Er zijn te weinig excentriekelingen in onze samenleving. In de jaren vijftig, zestig was er juist veel behoefte aan dat soort mensen, mensen die taboes slechtten en de regeltjes aan hun laars durfden te lappen, of die gewoon verrukkelijk gek waren. We smachtten naar ze en we konden ze hebben.

Maar in het huidige cultuurgewricht lijkt alles veel chaotischer te zijn, en de excentriekelingen, voor zover die er nog zijn, worden verbannen naar het platteland. Daar kunnen ze als een exotische diersoort gedijen en zijn ze op veilige afstand van de steden om de boel daar niet nog meer overhoop te halen.

Het gaat beter met die excentriekeling als hij een vrouw krijgt. Hebt u daar expres op aangestuurd?

Ja, en dat is niet het enige pro-vrouwenpunt dat ik met mijn boek wilde maken. De vrouwenkwestie loopt als een rode draad door deze Barbarotti. In Zweden is één vrouwengevangenis, en het merendeel van die vrouwen zit daar omdat ze hebben afgerekend met hun ellendige echtgenoten.

Het is een heimelijke wens van mij dat vrouwen zich wereldwijd verenigen in een soort Strangers on a Train-netwerk, waarbij ze elkaar stiekem helpen om echtgenoten met losse handjes te elimineren. Het verbaast me dat er zoiets nog niet bestaat; veel mannen verdienen het.

Wat hebt u met religie? De therapeut van Barbarotti moedigt hem aan om zijn ontvankelijkheid voor religie te gebruiken om zijn rouwperiode door te komen.

Ik heb zelf niets met religie. Barbarotti is een wat naïeve man, maar hij is ook niet hulpeloos in de gloria van de Heer. Hij bestudeert eerder oude Bijbelse wijsheden, omdat het millennia oude wijsheden zijn en dat gegeven verschaft hem rust. Ik had die wijsheden kunnen aanvullen met Griekse, Chinese, Japanse, indiaanse, maar daar is De slager van klein Birma het boek niet naar.

Ik heb me beperkt tot het christendom waar Barbarotti zich op verlaat. Het is ook praktischer voor het geval hij een entiteit in zijn kamer voelt, en hij geen lastige vragen hoeft te stellen. 'Hallo, bent u God, Jahweh, Allah, Isis, Thor, Shiva of Jupiter?'