Enerverend verslag in romanvorm van de beruchte Mongol Derby, de zwaarste paardenrace ter wereld. Frederique Schut (1985) heeft hem helemaal uitgereden.

Schut is een zeer ervaren ruiter, maar speciaal voor deze race volgde ze een extra half jaar intensieve training in Engeland. Desondanks werd de Derby een uithoudingsslag, zowel fysiek als geestelijk.

Over wat een mijlpaal in haar leven zal betekenen, heeft ze dit wervelende boek geschreven.

De Derby 2011 is duizend kilometer in negen dagen over de uitgestrekte vlakten van Mongolië, op half wilde Mongoolse pony's. Overnachten doen de deelnemers bij de Mongolen, in traditionele gers.

Zolderkamer

Schut begint bij het begin, als ze met haar toenmalige partner in haar zolderkamer in Amsterdam de ins en outs van de race in Mongolië doornemen. De zware voorselectie en de niet geringe gevaren van de Derby, sterken haar alleen maar in haar voornemen.

Dit is een vrouw die geen uitdaging uit de weg gaat. Die instelling van Jan de Witt zal haar door mening dieptepunt slepen die ze gedurende de race zal beleven.

Want dieptepunten zijn er. De meeste ongelukken gebeuren als Derby-ruiters door de onstuimige pony's worden afgeworpen. Het overkwam Schut ook, drie maal in één uur zelfs. Ze heeft resterende tien kilometer naar de wisselplaats te voet afgelegd, de tegenstribbelende viervoeter meeslepend.

Martelgang

Schut houdt haar lichamelijke onttakeling nauwkeurig bij; hitte, pijnlijke spieren, stijfheid, vuil, misselijkheid, muggenbeten, vermagering. Na een paar stevige inzinkingen is het alsof het niet alleen einde race, maar ook einde Schut is, die ondanks de ernst van haar conditie niet van opgeven weet en moet worden opgelapt door de medische dienst (die de race van een verre afstand begeleidt).

Ondertussen volgen haar ouders in Nederland op hun beeldscherm de zware tocht van hun dochter als een rood stipje op de kaart van Mongolië. Ze hebben een soort testamentaire volmacht, voor het geval dat.

Prestatiedrang

Schut had een competitieve benadering van de Derby. Ze bwaarde haar proviand en energie zeer bewust voornamelijk voor zichzelf, gebeten als ze was om als eerste te finishen.

Niet zonder zelfkritiek én zelfspot beschrijft ze hoe aan het eind van de race die prestatiedrang iets minder werd, nadat ze in haar zwakke lichamelijke toestand steun van de anderen kreeg. Maar in eerste instantie is Schut kristalhelder als er een rivaal uitvalt: "21 to go".

Het zijn ook momenten waarop ze haar verslag aanvult met wetenschappelijke citaten van begrippen als 'empathie'. (Schut studeerde psychologie, communicatie- en cognitieve neurowetenschap.) Een stijl die in deze context goed uitpakt; Schut is daar primair voor de race, die absorbeert alle energie, en voor extra duiding valt ze af en toe terug op haar studie.

Euforie

Want het is slechts aanvulling. Naast zo'n citaat over bijvoorbeeld 'risicozoekers' of het over begrip euforie, kan ze de magie van glorieuze momenten prachtig overbrengen.

Als na dagen van afzien op die paardenrug, in de volle zon, doorbijten, niet opgeven, kiezen op elkaar, dat verheffende gevoel zich aandient van pure aarde/lucht/paard/ik/schoonheid en niets anders, schrijft ze: "Mijn gedachten zijn stil. Het is alsof ik ineens snap, nu, dat de lijnen die normaal gesproken door elkaar heen lijken te lopen, de warboel van kruisingen en knopen en kluwen waaruit het leven bestaat, bij nader in zien toch een geometrisch patroon blijken te vormen dat gebaseerd is op een wiskundige formule, even simpel als elegant."

Missie: Mongolië is beslist zo'n intens boek geworden, omdat een echte schrijver de teugels vasthoudt, die dingen kan doorgronden.

Uitgeverij Atlas Contact