Snoeiharde western die zich afspeelt in Kansas in 1870. Een bizonjacht loopt uit op een slachting en een overlevingsslag.

Butcher's Crossing (voor het eerst verschenen in 1960) is een tijdloze klassieker in de traditie van Cormac McCarthy's westerns en Redemption Falls van Joseph O'Connor.

Het zijn romans over een land in wording, wat tegelijk de afbraak van het land zelf betekent. De Burgeroorlog is net voorbij en de trek naar het westen komt op gang.

Butcher's Crossing speelt zich af in 1870. Sommige (bij)personages hebben nog de accenten van het Avondland. Her en der in het woeste landschap zien we een spikkeltje van een huifkar met een nieuw aangekomen gezin op zoek naar een bestaan, of een verloren indianenstam.

De hoofdpersonages van Butcher's Crossing zijn al volbloed Amerikanen, die met hun uiteenlopende achtergrond een langere vestigingsgeschiedenis verbeelden.

Bizonjacht

Het verhaal begint bij de komst van de jonge Harvard-student Will Andrews in Kansas, de staat die net een decennium daarvoor was toegetreden tot de Verenigde Staten en destijds zeer in trek was bij nieuwe settlers.

Andrews was in New England geïnspireerd geraakt door de ideeën van Ralph Waldo Emerson, over de rol van de mens als individu in de - pure - natuur, en hij wil in Kansas investeren in de bizonjacht, al is die op dat moment eigenlijk al uitgeput.

Andrews financiert een kleine posse met jagers onder leiding van de gelooide Miller, die al jaren grote praat rondstrooit over een bizonwalhalla, diep in de valleien van de Colorado Rockies. Het wordt een barre tocht, en het groepje mannen haalt het beloofde gebied maar op het nippertje, vlak voor ze door de overmacht van de natuur het loodje dreigden te leggen.

Slachtorgie

En zoals die dingen dan gaan, volgt er een extreme reactie op de immense spanningsopbouw van de ontberingen en wanhoop. Alle stoppen slaan door, met name bij de lang verguisde Miller die dankzij de vondst van de enorme kudde bizons de held van de dag is.

De mannen doden meer bizons dan ze aankunnen, en in hun slachtorgie merken ze niet eens dat ze worden ingesloten door het winterseizoen.

Als het te laat is om de thuisreis te aanvaarden, wacht hen in de ijzige kou een nog heviger overlevingsslag, alsof ze door de natuur zelf een tik krijgen uitgedeeld voor hun uitspatting. De vele maanden in afzondering (Emersons theorie in praktijk) doet hun morele instelling geen goed, wat zich openbaart bij hun terugkeer in Butcher's Crossing. Dat wil zeggen, degenen die het redden.

Fysiek

Williams zit zijn personages dicht op de huid, en met de focus puur op de handeling gericht is de zeggingskracht van de roman enorm. Het is een fysieke roman, waarbij de uithoudingsslag van met name nieuweling Andrews tot in detail wordt beschreven.

Waar de lezer eerst over zijn schouder meekijkt en de uitgestrekte prairie met kleuren, licht, horizon en sfeer als adembenemend beeld ziet verrijzen, wordt gaandeweg ook Andrews' beproeving lezers' deel.

Net zo indringend is de beschrijving van het villen van bizons, in de ondraaglijk realistische stijl die we eerder dit jaar zagen in De zoon van Philip Meyer en Goat Mountain van David Vann. Butcher's Crossing is een schitterend naar boek.

Uitgeverij Lebowski
Vertaling Edzard Krol