In De Rode Hoed in Amsterdam is woensdag het eerste deel gepresenteerd van een biografie over Willem Frederik Hermans (1921-1995). 

Het boek De mislukkingskunstenaar gaat over de eerste dertig jaar van een van de belangrijkste naoorlogse schrijvers van Nederland, die bekende romans heeft geschreven als De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen.

Biograaf Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis in Leiden, is er 10 jaar mee bezig geweest om het immense archief van Hermans door te spitten.

Daaronder bevonden zich vele duizenden brieven, maar ook manuscripten, documenten en dagboeken. Het volledige archief werd in 2000 in beheer gegeven aan het Letterkundig Museum in Den Haag.

Hermans had de wens dat zijn biografie pas vijftig jaar na zijn dood zou verschijnen, maar zijn erven vonden dat zijn levensverhaal eerder moest worden verteld. De auteur zelf vond een biografie altijd ''onzin''. Tijdens zijn leven wees hij een aanbod twee keer van de hand. Toch bewaarde hij alles. ''Hij moet vanaf de middelbare school hebben geweten dat hij een belangrijk schrijver zou worden'', zegt Otterspeer.

Jeugd

Het eerste kloeke deel over de jaren 1921 tot en met 1952 (862 bladzijden) gaat over Hermans jeugd, zijn middelbare school, zijn studie, de oorlogsjaren en de ontwikkeling van zijn literaire carrière. Otterspeer stelde vast dat hij zich al van jongs af aan totaal overgaf aan het schrijven.

''Het was die ene kaart waarop hij alles inzette.'' Ook deed Hermans zich voor ''als een enorme houwdegen'', maar was hij volgens de biograaf in werkelijkheid een kwetsbare, verlegen man.

Otterspeer ontkracht in de biografie verder het verhaal, door de schrijver zelf altijd verteld, dat hij zijn zus haatte omdat zijn vader haar hoger achtte. ''Dat heeft hij bewust verdonkeremaand. Uit brieven blijkt dat hij haar ook heel liefhad en tederheid voor haar voelde.'' Zijn zus pleegde in 1940 zelfmoord, op 21-jarige leeftijd.

Het tweede en laatste deel van de biografie verschijnt in november volgend jaar.