Novelle van Man Booker Prize-nominee Tóibín over de oermoeder Maria, in de laatste dagen voor de kruisiging.

"Hij is de zoon van God. Hij kon over water lopen. Hij veranderde water in wijn. Hij kon de doden laten verrijzen. Hij is gestorven voor onze zonden en hij is weer verrezen en ten hemel gestegen."

De spindoctors wisten al in de oudheid hoe ze een icoon moesten creëren. Jaren na de kruisiging zoeken ze Maria op en vragen haar om het verhaal te beamen dat zij willen opschrijven.

Maria wil niet. Haar testament - hier in dubbele betekenis - is haar eigen vertelling van wat er écht is gebeurd. Ze heeft gezien dat haar zoon een gruwelijke dood zou sterven toen zijn gefolterde lichaam aan het kruis werd genageld. Maar de verraders die zich als stasipionnen tussen het publiek verborgen houden, hebben het ook op haar gemunt. Dus ze heeft het einde niet afgewacht en ging weg.

Opruiende taal

Ze vertelt hoe het begon, met jonge mannen die in contact komen met haar zoon (ze noemt nergens zijn naam, dat verdraagt ze niet). Hij gaat gekunstelde, opruiende taal uitslaan. Ze hoort weldra dat haar zoon gevaar loopt als subversief element, en gaat naar de bruiloft van Kana in een laatste poging hem over te halen zich gedeisd te houden.

De bruiloft waar water in wijn zou zijn veranderd. De wonderen over de verrijzenis van Lazarus en het lopen over het water  - in Het testament van Maria laat de schrijver briljant zien dat mensen geloven wat ze willen geloven.

Getuige

Maria was getuige van het proces waarbij Barabas werd vrijgelaten, toen alle hoop vervlogen was dat haar zoon nog zou vrijkomen. Ze bevond zich te midden van de meute die om zijn bloed schreeuwde. De koortsachtig glans in hun ogen zou pas doven als ze doodskreten hadden gehoord.

Ze was er niet tot op het laatst bij, maar ze heeft genoeg gezien. En de mannen die haar nu om hulp vragen om hun mythevorming te kunnen voltooien, wijst ze af, hun dwingende houding en hun dreigende blikken trotserend. Zoon van God? Verlossing van de mensheid? Zij heeft haar zoon horen schreeuwen en ze heeft zijn vernielde lichaam gezien.

"Zijn lijden was noodzakelijk," viel hij me in de rede, "dat was de manier waarop de mensheid zou worden gered."

"Gered?" vroeg ik met stemverheffing. "Wie is er gered?"

"Gered voor het eeuwige leven," zegt hij. "Iedereen op aarde zal het eeuwige leven kennen."

"O, het eeuwige leven!" zeg ik. "O, iedereen op aarde."

Ze besluit met de woorden "het is het niet waard". Wat een moedig boek.

Uitgeverij World Editions

Vertaling Anneke Bok