De jachtpartij van een drie generaties mannen krijgt een dramatische wending. Schroeiende roman uit de spectaculaire reeks familiekronieken van David Vann.

Kan een jongen van elf een monster zijn? Het is een van verhaallijnen in David Vanns meest recente roman, die zich afspeelt in een schroeiend heet, droog jachtgebied.

Het betreffende gebied is het domein van de drie generaties mannen (de jongste is nog niet echt een man, hij is elf jaar) die daar hun traditionele hertenjacht houden. Vann heeft er nog een vierde personage aan toegevoegd, een vriend van de familie.

Deze vierde man krijgt een belangrijke functie in het verhaal, als de elfjarige jongen een stroper neerschiet die zich op "hun terrein" bevindt. De jongen schiet zonder nadenken, en onmiddellijk scheurt het verhaal open op een moreel dilemma van schuld en onschuld: is de jongen te jong om zijn daden te kunnen overzien, of is hij een geboren monster?

Boetekleed

De grootvader schijnt aanvankelijk die laatste mening te zijn toegedaan. "Het komt nooit goed met jou," zegt hij als hij zijn kleinzoon in de ogen kijkt. Het oordeel van de vader is vooralsnog onbeslist, maar zijn eerste reactie is luguber. Hij draagt het lijk van de man naar de plek waar ze geschoten herten ophangen, en vanaf dat moment hangt de dode stroper daar als de erfzonde zelf.

Zulke associaties komen bovendrijven bij de bijna bijbelse beschrijving van het landschap - de hel, welteverstaan. Hitte, ontbering, dorst, de kwellende eenzaamheid van de jongen in doodsnood als hij door de overigen wordt achtergelaten.

Wat in deze setting van eenzaamheid en afzondering zomaar kan impliceren dat de volwassenen besloten hebben om de wereld van dit monster te ontdoen. Er is dan al een hert geschoten, en de jongen strompelt in de doodstille nacht met het kadaver door het zand als een woestijnbewoner met een boetekleed.

Gestript

Het is krachtig en het is gruwelijk, en dieper het verhaal in worden de personages steeds verder gestript van wat de gedragscode van de moderne mens moet voorstellen, tot het individu in zijn ruwe vorm overblijft: met pure overlevingsdrang en oerdriften versus familiebanden die alles kunnen overstijgen, en waar de vierde man als buitenstaander de morele functie vanuit een andere invalshoek krijgt toebedeeld.

De spanning stijgt wanneer Vann als een morele strateeg wederom de schaakstukken op het bord omgooit in deze levensbedreigende dans van allianties en zondebokken. Goat Mountain is een angstaanjagend maar machtig mooi boek; wat zonde dat Vann, afkomstig uit een familie met een gewelddadig verleden, het uitdiepen van familierelaties hiermee heeft afgesloten.

Uitgeverij De Bezige Bij

vertaling Thijs van Nimwegen