Boterhammen uit de diepvries omdat ma de benen heeft genomen. IJsbrood heet dat. De nieuwste roman van Donkers is een mooie kleine tragedie over een gezin op drift.

In Owen Donkers' nieuwste roman IJsbrood figureert een elfjarige jongen als hoofdpersoon. Hij woont alleen met zijn vader en zusje, de moeder is sinds kort vertrokken.

Met de Noorderzon. Nee, naar Ron, ze is naar Ron, zegt de vader. Ron kwam soms oppassen en ze gingen ook weleens met het hele gezin bij hem op bezoek.

En opeens was moeder weg. Dat ontdekte de jongen twee dagen geleden toen hij thuiskwam uit school en een leeg huis aantrof. Dan moet ze anderhalve dag geleden zijn weggegaan, concludeert hij, want 'mijn moeder was geen ochtendmens'.

Tragiek

Het zijn dit soort zinnen van droogkomische tragiek waarmee Donkers je inpakt. En hij oogst bewondering met zinnen die zich door hun suggestieve lading bijna in 3D boven de bladzijden oprichten. In een scène waarbij hij op straat met een hockeystick tegen een blikje tikt, staat er zo'n zin. 'Zeg maar dat ik van mijn fiets was gevallen, dat zeg ik zelf ook, zei mijn moeder.'

Het is een fragment van een herinnering met reviaanse zeggingskracht, die de stille ondertoon van geweld in IJsbrood benadrukt. Of passages dat zijn zus de radio hard zet en hij zelf stevig in zijn bak met lego graait, wat zo'n herrie gaf dat het hun bekvechtende ouders overstemde.

Dammen

De jongen is elf en te midden van deze verwarring hunkert hij naar overzicht, zoals jongens van die leeftijd eigen is. Hij stort zich van de weeromstuit op het damspel, als antiserum voor het onberekenbare tumult dat door zijn ouderlijk huis waart. Dammen is overzichtelijk, met duidelijke regels, het is balsem voor zijn ziel, temeer daar zijn team steeds beter wordt en bekers wint, wat appelleert aan zijn behoefte aan eigenwaarde.

Een jongen van die leeftijd kan zijn gevoel niet heel fijnzinnig overbrengen. Donkers ondervangt de emotionele getroebleerdheid met een precieze beschrijving van handelingen die de gemoedstoestand van de jongen weergeven. Zijn aanvankelijke gevoel van vrijheid (hoera, mam is niet thuis; koekjes en computerspelletjes) gaat allengs over in milde paniek om ten slotte te belanden bij de ontreddering, die hij bestrijdt met fanatisme voor het dammen.

Door de glimpen die de jongen prijsgeeft, verrijst achter zijn eigen lotgevallen het drama van de ouders. Met een gefrustreerde vader, mislukt kunstschilder die als ambtenaar de kost verdient, en hoe de moeder ertoe kwam om gillend over straat te rennen en uiteindelijk te verdwijnen. De vuile was van een doorsnee gezin dat verre van doorsnee is.

Charmant

Donkers heeft een stijlvaste hand met solide korte zinnen, en de vele, vaak vermakelijke mini-observaties over onlogische zaken die onbekritiseerd gemeengoed zijn, liggen zo charmant als sproeten over de tekst uitgestrooid: de naam van een tramhalte die niet klopt, een onpraktische tafelpen, de uitdrukking 'fietsen met losse handen', het gedweep met priemgetallen.

Als hij van dit soort korte romans blijft produceren, zal dat tot een mooi oeuvre met een herkenbare stijl leiden.

Uitgeverij Thomas Rap