Wel en wee van het New Yorkse gezin Forrest dat naar Auckland verhuist, alwaar de stamboom wortel schiet en doorgroeit. Opgroeien, trouwen, kinderen, kleinkinderen; the circle of life.

In 2010 verscheen de psychologisch sterke Roman over mijn vrouw van Emily Perkins, waarin een jong stel de schijn ophoudt dat hun leven hunkydory is.

Aan het begin van de roman stelde Perkins dat er een breekpunt kwam voor het koppel. De spanning werd fors opgejaagd wanneer dat kaartenhuis dan zou instorten.

De familie Forrest, Perkins' nieuwe roman, heeft die spanningsboog niet, omdat er niet een dergelijk bindend drama aanwezig is. Het 'plot' is dat mensen geboren worden, opgroeien, kinderen krijgen, oud worden en hun laatste adem uitblazen. Wat er tussen begin en einde gebeurt, verhaalt Perkins in fragmenten zonder dat echt duidelijk wordt op welke basis zij selecteert.

Vage communes

Hoofdpersoon in de roman is Dorothy Forrest, soms Dot genoemd, die we leren kennen als klein meisje in een New Yorks gezin op het moment dat haar als artiest mislukte vader besloot met zijn allen naar Nieuw-Zeeland te verkassen.

De verhuizing betekent aanpassen voor iedereen. Door de frequente afwezigheid van de vader en tijdelijke onderkomens in vage communes, zijn de fundamenten van dit gezinsleven wiebelig op zijn best. Omstandigheden waarin broers en zussen dichter naar elkaar toe groeien, ja, maar dat zijn geen opmerkelijke observaties.

Confetti

De losse structuur wordt weerspiegeld in de onevenwichtige manier waarop de levens van de Forrests verlopen. Perkins kaart issues aan en laat ze weer vallen zonder voltooiing. Het enige wat echt solide is in Perkins' roman, is de stijl: de consequent dromerige sfeer heeft een zeker bedwelmend effect.

Alsof ze een poëziebundel voor ogen had die per ongeluk op een roman is uitgelopen. Het is een stijl die, toegegeven, voor de een dermate goed werkt dat Perkins wordt vergeleken met Virginia Wolf, maar voor anderen, zoals ondergetekende, is het confetti.

Want de opeenstapeling van feitelijkheden brengt de Forrests niet dichterbij. Perkins' roman is als een familiefotoalbum met captions. Beeldende momentopnamen met uitleg, en al bladerend blijf je de toeschouwer die 'O ja? Goh' knikt, zonder toegang te krijgen of er iets mee te kunnen doen.

Aanhoren en uitzitten, is het devies, al zijn er beslist familiegeschiedenissen die slechter worden verteld. Maar nog meer veel beter.

Uitgeverij Signatuur

Vertaling Miebeth van Horn