Twee studenten filosofie nemen een dorpscafé op Corsica over. Het boek is bekroond met de Prix Goncourt 2012.

Het dorpscafé op Corsica wordt met strakke hand geleid door een consciëntieuze barkeepster. Als zij met de noorderzon verdwijnt, stort het horeca-imperiumpje in.

De reeks pachters die daarna een poging waagt zich over het etablissement te ontfermen, levert een kostelijke aaneenschakeling mislukkingen op. En dan blijkt het minst aannemelijke duo, de filosofie studenten Matthieu en Libero, in de roos te schieten.

De jongens, wier families afkomstig zijn van  Corsica, volgen hun studie in Parijs. Ze verruilen de stad voor dit horeca-avontuur in hun hometown, en nemen een aantal frisse meisjes in dienst.

Met nog wat muziek erbij, en zo krijgt het café dankzij de onstuimige jongeren een licht pikante sfeer die tot in de wijde omtrek een magnetiserende uitwerking heeft. Maar het is te leuk, en om die reden is al gedoemd te stranden - de titel spreekt boekdelen.

Eiland op eiland

De ongedwongen liederlijke bedoening in het Corsicaanse café heeft veel weg van een eiland op een eiland. Als Matthieu het zelfs niet meer kan opbrengen om naar Parijs te gaan, waar zijn vader op sterven ligt, is het een kwestie van tijd voordat de boel implodeert.

En zo geschiedde, met enige overeenkomsten op microformaat met de val van Rome. Corruptie, onevenredig geweld, jaloezie, problemen die niet worden opgelost en onderhuids hun eroderende werking doen.

Voordat de boel spaak loopt, is Matthieu van mening dat hij een koninkrijkje bestiert dat door God is uitverkoren om de liefde te ervaren (lees: hij vermaakt zich lustig met de serveersters). Zijn zusje Aurélie is een andere mening toegedaan en ziet met lede ogen aan hoe Matthieu zijn vader op een zijspoor zet.

Geschiedenis

Via de personages van Aurélie en Matthieu's vader betrekt Ferrari de geschiedenis van de koloniale periode in Algerije en Indochine in het verhaal. En de passage met Augustinus' preek, over de val van Rome, wordt daarmee een omni-omineuze blauwdruk voor Europa, aangezien alle grote imperia het onherroepelijke einde van hun cyclus onder ogen moeten zien.

Augustinus had daar een stichtelijke bedoeling bij, Ferrari lijkt hier een pleidooi voor verdieping in familiebetrekkingen voor ogen te hebben.

Lange zinnen

Ferrari houdt van lange zinnen en die zinnen houden ook van hem. Af en toe niet, als de zwierige opeenstapeling te feitelijk zijn en geen - emotionele - urgentie verbeelden. Maar dat zij de auteur vergeven, want ondanks de wat mistroostige teneur sprankelt deze roman als het café op de top van zijn roem is.

En wat voltooit elk personage dat hij ten tonele voert een volmaakt afgeronde lus in het verhaal qua beschrijving, karakter, decor en aandeel.

Uitgeverij De Bezige Bij

Vertaling Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos