De Nederlandse literatuur is verrijkt met een nieuw takkewijf. Tante Tiny, bijnaam Tientje Poets, is een gif spuiend serpent in de stamboom van Albert Egberts.

In De helleveeg keert A.F.Th. van der Heijden terug naar zijn romancyclus De tandeloze tijdHet eerste deel verscheen in 1983 en introduceerde hoofdpersonage Albert Egberts. 

Per deel staat een periode in Alberts leven centraal, en in De helleveeg is de eer aan Alberts tante Tiny.

Tante Tiny belichaamt de verbittering. Kijvend slaan zij en haar man Koos zich door het leven, als een stel echtelieden bij wie je nooit op de achterbank hoopt te belanden.

Sneren en beledigingen

Albert Egberts groeit met deze tante op, hij ziet haar op bruiloften en partijen en gaat soms bij haar logeren. Bij die gelegenheden stelt Tientje nooit teleur - ze kan bogen op een encyclopedische collectie sneren en beledigingen aan eenieder die haar leven heeft vergald. Volgens haar.

Zoals haar ouders, die 'katholieke huichelaars' die haar als huisslaaf zouden hebben behandeld. Vanzelfsprekend krijgt man Koos onophoudelijk de wind van voren, al reageert hij relatief gezien laconiek op dat gevit, vanwege - of dankzij - een geheim dat decennia lang zwijgend meepruttelt in deze sudderpot der familiegeheimen.

Maar de meeste pijlen reserveert Tiny voor haar zus, Alberts moeder, die de belangrijkste aanstichtster zou zijn voor Tientjes misère en haar smetvrees, die haar de bijnaam Tientje Poets heeft opgeleverd.

Verrukking

Het is Tientjes eloquentie en onuitputtelijke bron van originele beledigingen dat je het boek niet met een vloek in de hoek smijt, maar begerig bladzijden blijft omslaan, voor nog meer giechel en huiver en uit nieuwsgierigheid welke kwelling zo'n monumentaal schepsel heeft voortgebracht.

Naarmate Albert ouder wordt en niet meer de kamer uit hoeft als volwassenen twisten, wordt Tientje steeds explicieter over haar gram en komt ze steeds dichter in de buurt van de onthulling.

Dat spel der herinneringen

Van der Heijden schrijft zinnen en passages alsof de laatjes in zijn neurologische archiefkast (die kolossaal moet zijn) op de juiste momenten openschuiven om de juiste herinnering aan te reiken. Het geeft de roman die gestroomlijnde en beeldende A.F.Th.-snit.

Tegelijker laat de auteur de personages een fascinerend duel aangaan met het geheugen. Als de helleveeg weer eens op dreef is, weet ze elk tegenargument om te draaien of af te ketsen met haar eigen versie van de waarheid.

Tiny weet altijd beter dan de rest wat er écht is gebeurd en waarom zij alle reden heeft om woest te zijn. Keer op keer laat de opponent zich de kaas van het brood eten, waardoor de waarheid weer een beetje wordt vertroebeld.

Totdat uiteindelijk niet meer van belang lijkt wat er echt gebeurd is, maar dat degene met de scherpste tong het pleit wint. De rest zwijgt geïntimideerd, of heeft boter op het hoofd, wat tot nog meer dynamiek in de slotfase leidt. Hoge kunsten bellettrie. 

Uitgeverij De Bezige Bij