Prachtig portret van een onopvallende man levert een onvergetelijk romanpersonage op. Een 'Stern' is born.

Sommige fictieve personages gaan een eigen leven leiden en worden de verpersoonlijking van een karakter.

Lolita, Oblomov, Judas zijn mensen naar wie we niet alleen refereren als we het over het boek hebben, maar over het prototype. Stern zou ook zo'n type kunnen zijn. In elk klaslokaal zit wel een 'Stern'.

We kennen de Sterns. Ze zijn zo onopvallend alledaags dat we ons het liefst zo snel mogelijk bij hun uit de voeten maken, uit een onbewuste vrees dat er iets van die alledaagsheid op ons overspringt en blijft kleven. Zo'n karakter is al helemaal een vloek op school en in de collegezaal, waar vooral het groepsgedrag domineert en de hormonen ons in de biologische survivaldrift naar de haantjes de voorste sturen.

Hoop

Sterns pijn is dat hij zo graag deel wil uitmaken van de groep en dat hij zo zijn best doet. Spatzuiver beschrijft Van Voss de teleurstellingen van zijn personage, die zich opstapelen als vuilniszakken bij een stakende gemeentedienst.

In het gehucht waar Stern in de jaren 70 opgroeit bij zijn alleenstaande moeder, heeft de jongen in zijn doodstille kamer al zijn hoop gevestigd op zijn grote oversteek naar 'Swinging Londen', waar hij een jaar zal blijven. Daar zal hem vertier, verrassingen en vooral boeiende vrienden wachten.

Baan

Dat die droom aan diggelen zal worden geslagen, is geen spoiler bij iemand als Stern. Ene John, een jongen uit Korea, is zijn enige gezelschap in de Britse wereldstad en die John zegt in feite boe noch bah. En ondertussen vraagt Stern zich af wat hij verkeerd doet omdat hij nooit iets verkeerd doet, en zijn leven toch kaal blijft.

Terug in Nederland volgt hij een studie in Amsterdam, en daar gloort er iets van hoop. Stern leert een meisje kennen en heeft het geluk zijn meest geschikte beroep te vinden als leraar van groep 4. Elke dag, jaar in jaar uit, vult zijn klaslokaal zich met kinderen die geen andere keus hebben dan naar het vastgestelde onderwijsprogramma van Stern te luisteren. Safe and sound. Totdat Stern zijn baan verliest.

De ommekeer

De roman heeft een flashbackstructuur. Van Voss begint in het heden, waar Stern met zijn zoon Bram op de bowlingbaan staat. Bram heeft niet zoveel zin in Stern, hij wil weg. Sterns vrouw is een redelijk geslaagde schrijfster die net een roman heeft afgeleverd over haar huwelijk, of beter gezegd over Sterns leven.

Na Sterns verlies van zijn baan wordt zijn verleden laagje voor laagje afgepeld. 's Mans overgave aan de middelmaat, zijn onvermogen om met wie dan ook een vertrouwensband te creëren, zijn verbetenheid om niet door te slaan al hoor je hem in gedachten schreeuwen.

En dan heeft Van Voss ook nog heel subtiel een paar onverwachte wendingen in de verhaallijn aangebracht. Ik zeg expres 'ook nog', want Van Voss beschikt over een prachtige sterke, eigen stijl waarmee hij zonder één hapering het verhaal op papier lijkt te hebben gezet. En o ja, verhip, Sterns voornaam is Hugo. Quod erat demonstrandum.

Uitgeverij Thomas Rap