BARCELONA - In de nieuwe roman van Jaume Cabré wordt de speurtocht naar een viool een morele zoektocht door de Europese geschiedenis. 

NU.nl sprak in Barcelona met de Spaanse auteur over het succes en de impact van De bekentenis van Adrià.

Waarom wilde u dit boek schrijven? 

"Ik had geen vooropgezet plan. Ik had het al druk genoeg met het uitwerken van en handen en voeten geven aan mijn personages."

"Pas aan het eind van de roman kreeg ik langzaam het idee dat het ergens over ging. En nu zijn het vooral mijn lezers die me laten weten wat ze van mijn roman opsteken. Het verbijstert me wat ze er qua thematiek uithalen, en welke verbanden ze leggen."

Hier is er een. De bekentenis van Adrià gaat over de engelachtige en diabolische gezichten van Europa in de twintigste eeuw.

"Eens."

En dat wist u niet van tevoren? 

"Ik neem je niet in de maling. Ik heb de personages neergezet zoals ze in mijn belevingswereld verrezen, hun levens haakten in elkaar, ze vertelden hun geheimen en verlangens, ze schonken en manipuleerden, hielpen elkaar en liepen elkaar voor de voeten. Ruim 7 jaar later is uit al die interacties een roman ontstaan."

Soms lijkt u in tweestrijd te staan over het toepassen van nog meer geweld om geweld te voorkomen. Gelooft u in vergelding of vergeving?

"Dat hangt van de situatie af. Geweld, vergelding en vergeven zijn complex. Als voorbeeld kan ik iets uit mijn voorlaatste roman aanhalen, De stemmen van de Pamano. Daarin komt het motto voor 'vader, vergeef hun niet want ze wisten wat ze deden'. Ik denk dat ik de herinnering aan dat motto in deze roman heb verwerkt, de man die niet bij machte was de beulen van de Shoa te vergeven, omdat er te veel familieleden van hem zijn vermoord."

Mogen beulen zichzelf vergeven?

"Er zijn beulen zonder enig geweten, die komen niet eens op het idee van vergeving. Niet vergeven is in de joods-christelijke traditie een zonde, omdat daar altijd het element van vergiffenis in zit. Ik zou je niet kunnen zeggen of het een universeel begrip is dat je na het schenken van vergiffenis voort kunt, zoals vaak wordt beweerd."

"De naziarts in De bekentenis van Adrià gunt zichzelf geen enkele vergiffenis. Hij staat zichzelf niet eens meer toe om naar muziek te luisteren, omdat hij geen enkele verlichting in zijn leven meer toelaat."

Heeft de roman u zelf geholpen om deze morele en theologische kwesties in een bepaald perspectief te kunnen plaatsen?

"Ik schrijf om te kunnen groeien, daarvan werd ik me bewust tijdens het schrijfproces, dat organisch was. Ik leefde met de personages mee en liet ze aan het einde los. Het is in mijn ogen nogal pretentieus om de morele geschiedenis van Europa te willen duiden, maar er zijn lezers die hierover toch antwoorden in de roman hebben gevonden. Blijkbaar heeft het boek een gevoelige snaar geraakt."

Zou de hoge mate van beschaving in Europa een net zo’n hoge maar duistere piek naar de andere kant van het spectrum kunnen hebben, in de orde der dingen?

"Dat zou me niet verbazen. Onze beschaving is niet de beste van de wereld, maar het is de onze. In het westen hebben we het onhebbelijke trekje onze beschaving als beste te beschouwen en die leggen we anderen op."

"We hebben meesterlijke violisten en we hebben schrijvers als Thomas Mann, maar er zit ook een inktzwarte keerzijde aan onze beschaving. In hoeverre daar een gelijkmatige balans in zit, valt met niet te zeggen, maar ik zeg wel dat we niet te hoog van de toren moeten blazen."

Terwijl gewoon een beetje aardig zijn makkelijker is dan vioolspelen.

"Zeg dat niet te snel. Ik zou graag vioolspelen maar ik ben niet goed genoeg, dus ik schrijf."