AMSTERDAM - Harry Mulisch (1927-2010) is tijdens het schrijven van De ontdekking van de hemel in 1991 getroffen door een lichte beroerte. 

Dat gebeurde tijdens een verblijf in New York.

Dat schreef Mulisch in een dagboek dat hij in 1991 en 1992 bijhield en dat dinsdag voor het eerst is gepubliceerd.

Het scheelde weinig of de auteur was verlamd geweest. Na ruim een maand kon Mulisch weer een beetje schrijven. De beroerte gebeurde 2 maanden na de geboorte van zijn enige zoon Menzo.

De neuroloog vertelde Mulisch dat hij niet meer dan een halve fles wijn per dag mocht drinken. Hij dronk voor die tijd elke dag een fles, soms wel een liter. Het voorval is bewust buiten de publiciteit gehouden.

Logboek

In het dagboek, Logboek geheten, doet Mulisch in bondige bewoordingen verslag van zijn vorderingen aan de roman De ontdekking van de hemel, beschrijft hij welke afspraken hij had en wat hij deed op een dag.

Familieleden en vrienden worden afgekort tot alleen de beginletter. Zo schrijft hij op dinsdag 19 december 1991: ,",s Middags met S de stad in om zilveren bestek te kopen voor het kerstdiner. Nog niet geslaagd. 's Avonds K.'' De S staat voor Sjoerdje Woudenberg, zijn echtgenote. K staat voor Kitty Saal, zijn vriendin en latere levenspartner.

Computer

De ontdekking van de hemel was het eerste boek dat Mulisch op de computer tikte. Eerst schreef hij alles met de hand. In een handgeschreven manuscript kon hij eindeloze verbeteringen doorvoeren.Vervolgens typte hij dat over met een schrijfmachine. In 1990 had hij er geen zin meer in ''soms honderden bladzijden te moeten overtypen''. Zijn magnum opus telde 936 bladzijden.

Logboek verscheen op de tweede sterfdag van de gelauwerde schrijver, die op 30 oktober 2010 overleed. Het dagboek, dat oorspronkelijk niet bedoeld was voor publicatie, is zoveel mogelijk intact gelaten.

In overleg met de familie zijn enige passages weggelaten. Menzo Mulisch en Kitty Saal ontvingen het eerste exemplaar tijdens een literaire avond in Haarlem die aan de auteur was gewijd.