Theo van Gogh 'moest' in nieuwe roman Leon de Winter

AMSTERDAM - In VSV wil schrijver Leon de Winter afrekenen met zijn aartsvijand Theo van Gogh. "Hij ging niet weg, hij moest echt absoluut in dat boek."

Theo van Gogh waakt als engel over een joodse crimineel die een donorhart heeft van een Amerikaanse priester, Job Cohen is nog burgemeester van Amsterdam en Piet Hein Donner minister van Binnenlandse Zaken.

De Winter "speelt" met echte personages in een fictief verhaal. "Toen ik me dat ging voorstellen, ontstonden er hele leuke ontwikkelingen. Het schrijven werd voor mij echt een feest", vertelt de schrijver in een interview met NU.nl.

VSV of Daden van ontbaatzuchtigheid zou een boek worden over een groep moslims die basisschool de Vondeling School Vereeniging (VSV) in Amsterdam Zuid bezet hield en de vrijlating van Mohamed B. eiste. Maar bij het googlen naar B., stuitte De Winter "natuurlijk" steeds op Theo van Gogh.

"Daar had ik helemaal geen zin in, omdat ik zulke nare, vervelende ervaringen met hem gehad heb. Al heb ik hem nooit ontmoet."

Waar kwam zijn haat vandaan?

"Ik heb geen idee. Ik weet wanneer het begonnen is, maar niet waarom. Ik denk dat het ontstaan is als gimmick. Hij creëerde er onrust mee, aandacht."

Heeft u hem nooit willen ontmoeten toen hij nog leefde?

"Nee, ik wilde hem ontkennen. Als ik hem op televisie zag, zapte ik weg. Het ging allemaal veel te ver. Dit was van zijn kant zo'n enorme poging mij gek te krijgen, mij te verwonden. Daarover ga je niet in discussie."

Hoe is dat gevoel nu?

"Dat is veranderd door zijn gruwelijke dood. Ik verwachtte niet dat het me zo diep zou raken. Bij het googlen zag ik een YouTube-filmpje van een oud televisie-programma (Het Zwarte Schaap uit 1984, red.) waarin hij verschrikkelijke dingen over me zegt."

"Ik wilde me niet laten leiden door de boosheid die daardoor terugkwam, maar hij moest in het boek. Want hij heeft alles te maken met Mohamed B., die thematiek. Dus bedacht ik: hij is nog steeds bij de intakebalie in het dodenrijk. En hij is dezelfde Van Gogh die hij op aarde was: zeiken, zieken, zeuren, beledigen, klieren."

Hoe zou hij dat vinden?

"Ik maak mezelf wijs dat hij het fantastisch had gevonden. Misschien krijg ik nog een sms'je van hem: 'Kan ik de filmrechten krijgen?' Dit is het soort verhaal, dat hij had kunnen doen. Dit had dé ultieme Theo van Gogh-film kunnen zijn, móeten zijn."

Heeft u het de andere personen wiens naam u gebruikt verteld?

"Ik heb het Bram (Moszkowicz, red.) en Eva Jinek laten lezen. Dat zijn goede vrienden, ik wilde niet dat er iets in zou staan dat ze beledigend vinden. Ik wilde niemand beledigen."

Maar u geeft Job Cohen wel een minnares.

"Dat is toch niet beledigend? Dat is misschien wel heel fijn."

Nou, voor zijn vrouw dan.

"Ach, ik denk dat volwassen mensen daar wel de ironie van inzien. De enige die er een beetje beschadigd van afkomt is die Leon de Winter. Niet echt een sympathieke man. Hij heeft een slechte conditie, is twintig kilo te zwaar. En is ook slecht in bed, zegt zijn vriendin. Nou, fijn om over jezelf te horen."

Raar om over jezelf op te schrijven.

"Het is heel vreemd om jezelf te fictionaliseren, om een verhaal te verzinnen met iemand die op jou lijkt."

Dus er zit wel wat zelfspot in?

"Zo'n boek móet je ook niet schrijven als je daar geen zelfspot in kunt gooien. Die vriendin heeft ook niet zoveel met zijn rechtse praatjes, ze is niet zo heel blij dat hij voor De Telegraaf schrijft. Dat soort dingen. In werkelijkheid schrijf ik ook voor De Telegraaf, toevallig."

Toevallig.

"Toevállig. Je voelt dat er ergens iets van waarheid in zit. Ik wilde een energiek verhaal maken dat op een bijzondere manier functioneert met de lezer. Daar was ik naar op zoek, toen Theo mij duidelijk had gemaakt dat hij niet wegging en echt absoluut in dat boek moest."

Gaat hij nu wel weg?

"Ik heb wel afscheid van hem genomen. Hij is weg ja, ik heb hem moeten laten gaan."

Is uw oordeel over hem veranderd?

"Ja, het gekke is dat ik nu met weemoed aan hem denk. Tijdens het schrijven heb ik iets van hem leren kennen, dat maak ik mezelf wijs. Zijn vrienden zullen hem zonder twijfel anders kennen. Pas toen ik wat YouTube-filmpjes zag, ben ik zijn kwaliteiten gaan herkennen en erkennen."

Was hij een goede filmmaker?

"Hij had een heel goede filmmaker kunnen zijn. Hij was te rusteloos, had geen geduld. Hij kon zijn werk niet tot in de perfectie afmaken. Zijn werk stort altijd in, het beklijft niet. Daardoor kon hij geen groot publiek vinden, in die zin had hij een tragische carrière."

"Ik had een script voor hem moeten maken en het misschien ook wel moeten produceren. Want ik was niet bang voor hem, ik was nooit voor hem opzij gegaan. Op een dag hadden we misschien kunnen samenwerken."

Zou dat gelukt zijn?

"Als ik dat niet had gedacht, had ik dit boek niet geschreven. Die man in dat boek is mijn uitvinding, maar zo stel ik het me voor. Ja, ik denk dat dat mogelijk was geweest."

VSV of Daden van ontbaatzuchtigheid (Uitgeverij De Bezige Bij) ligt 20 juni in de boekwinkels

Tip de redactie