James Worthy – Zwarte Sylvester

Een terminaal zieke snotneus wil zich onsterfelijkheid maken door op de valreep seriemoordenaar te worden. De nieuwe van James Worthy.

Sylvesters moeder pleegt drie keer zelfmoord als hij nog baby is. Met een overdosis pillen en doorgesneden polsen verhangt ze zich, het joch blijft met vader Rufus achter.

Zoiets schept een band. Zeventien jaar later hoort Syl dat hij ongeneeslijk ziek is. Wat, nu al? Grootsheid bereiken voordat Syl het aardse verlaat lukt hem niet als gutmensch - dat kost tijd (zie Mandela, zie Gandhi). Beter is om snel als Natural Born Killer zijn naam in eeuwigheid te beitelen.

Zwarte Sylvester is een feit. Of nee, liever Het Monster van Mokum; een kinderlijke benaming die beter in het grotejongensboek van een zeventienjarige past.

Steunen

Rufus, nog druipend van het baantjes trekken in het zwembad bij zijn zomerhuis, wil zijn zoon koste wat kost steunen.

Ook als het Syl menens is en hij een gezelschapsdame de hersens inslaat. De vrouw overleeft het maar kan alleen nog maar gorgelen bij wijze van communicatie. Da’s net zo leuk als Britney Spears die haar Hemingway-exit overleefde in South Park.

Meer slachtoffers volgen. De zwerver die door deze American Psycho – pardon, door het Monster van Mokum wordt vermalen. Of het nietsvermoedende gezin als in de film van Michael Haneke. De glutony-dikkerd uit Seven.

Terwijl Syl trots zijn lijkenscore turft en de media haalt (jippie!), vallen door zijn ziekte steeds meer lichaamsfuncties uit – komt daar The Fly van David Cronenberg zich tegoed doen aan de kadavers? Zelfs Syls vriendin, toch al zo plat als een papieren personage, haakt af.

Mooier

Niet getreurd: de volgende meid meldt zich, nog mooier en spannender op papier. Want Syls rampetamp doet het nog, bij Toutatis. En dat apparaat functioneert een stuk beter dan de pers en de recherche, die via Het Monster van Mokum op hun eigen aandeel in de spotlights azen.

Na het veelbelovende begin met geslaagde grappen verbrokkelt het thema van Zwarte Sylvester tot vliesdunne ouwel.

De zucht naar roem, de terloopsheid van geweld zouden, in deze vorm, een aanstekelijke short story opleveren, maar de short wordt als op een pijnbank kermend opgerekt tot sriller (taalgrap, zie omslag).

Bravoure

Lolletjes, beperkingen, leentjebuur – het dondert niet zolang het proza consequent oprechte bravoure blijft uitstralen of is omkleed met meer –en eigen– ideeën.

Blijven die uit, dan knapt het branietouw en sleept grappen, beeldspraak, moordje hier, neukpartijtje daar, mee het ravijn in.

Metaalmoeheid, Sapstekker, ADHD-speelkwartiertje, nachtkaars … zo dus. Toch raar, want in het begin leek dat touw nog rotsvast te zitten.

Lees meer over:
Tip de redactie