John Irving ziet homo-intolerantie toenemen

AMSTERDAM - In zijn dertiende roman In een mens schrijft John Irving over de biseksuele Billy Abbot in de jaren zeventig en tachtig. "Ik wilde de discussie over de seksuele diversiteit inbedden in de recente geschiedenis."

Billy Abbot heeft een talent om verliefd te worden op de verkeerde. Hij adoreert vrijwel tegelijk zijn stiefvader Richard, de vrij mannelijke bibliothecaresse miss Frost, de ongenaakbare worstelkampioen Kittredge, maar ook zijn klasgenootje Elaine en haar moeder.

Billy schrijft zeer expliciete romans, als voorvechter van de individuele seksuele keuze. Hij heeft al snel vrede met zijn geaardheid en gaat kortstondige relaties aan met mannen en vrouwen, ondanks het feit dat hij zowel door homo’s als hetero's met argwaan wordt bekeken.

Hij leeft vrolijk en ongebonden, tot in de jaren tachtig een onbekende sluipmoordenaar vrienden en bekenden sloopt. Billy blijft gezond want hij heeft altijd condooms gebruikt.

Uw boek speelt grotendeels in de tweede helft van de vorige eeuw, al is het hoogst actueel nu president Obama zich schoorvoetend een voorstander van het homohuwelijk heeft verklaard.

"In het begin van de jaren zeventig begon men in Amerika steeds meer gemengd onderwijs toe te laten. Daarvoor werden jongens en meisjes strikt gescheiden onderwezen, vooral op de kostscholen en de campussen waar het boek zich in het begin afspeelt."

"Een jong persoon die in die tijd seksueel zoekende was, had weinig vergelijkingsmateriaal buiten de thuisomgeving en de media. In het puriteinse Amerika moest je haast vanzelf wel denken dat je een freak was als je niet voldeed aan de algemeen geldende norm. Ik wilde de discussie over de seksuele diversiteit inbedden in de recente geschiedenis."

Verschillende personages steunen Billy, behandelen hem als lid van de gemeenschap. Was dat realistisch in het Amerika van de vorige eeuw?

"Mijn ervaring is dat in de kleine plaatsjes in New Engeland de bewoners van voor elkaar zorgden, ook mensen van extreem kleine seksuele minderheden. Ze keurden het wellicht af, maar tolereerden het. Maar er waren, én zijn, ongeschreven en ongesproken grenzen. Zodra je over die grens gaat, keert iedereen zich tegen je."

"Billy's opa Harry mag op het toneel vrouwenrollen spelen, maar als hij later in het bejaardentehuis met enorme nepborsten in de kleren van zijn overleden vrouw verschijnt, wordt hij weggestuurd. Toen ik kind was, waren veel mensen in mijn omgeving exceptioneel tolerant voor hun tijd, maar je voelde wel de afkeur die parallel met de acceptatie liep."

Billy wordt verliefd op de worstelaar Kittredge die tevens zijn kwelgeest is. Hoe komt het toch dat we vaak vallen voor de verkeerde?

"Vooral in onze vroege adolescentie weten we onze verlangens nog niet te beteugelen. Billy veracht Kittredge vanwege zijn wrede, nietsontziende gedrag en tegelijkertijd smacht hij onophoudelijk naar hem. Hij is zich, ondanks het adagium 'liefde maakt blind', zeer bewust van deze tegenstelling en lijdt daaronder. Op latere leeftijd weten we ons over het algemeen beter te beschermen tegen fatale verliefdheden. We moeten waarschijnlijk eerst een paar keer pijn lijden."

De zoon van Kittredge komt aan het einde verhaal halen bij schrijver Billy. Hij lijkt model te staan voor de afnemende tolerantie?

"Zoals zo vaak blijken de pesterijen van Kittredge gebaseerd op zijn eigen worstelingen. De zoon heeft alle zeer expliciete boeken van Billy gelezen en denkt dat Billy schuldig is aan wat er met zijn vader is gebeurd. Ik merk ook dat de intolerantie toeneemt."

"Hoe groter de angst van mensen, hoe conservatiever ze worden. Voor wat dan ook, zeker ook voor de economische crisis. Ik hoor steeds slechtere berichten over Nederland en daar kan ik alleen maar verbaasd over zijn, want dit land, met Amsterdam voorop, was voor mij altijd een van de meest homovriendelijke plaatsen op de wereld."

Het slotgedeelte van het boek over aids, zit heel echt dicht op de huid.

"Vaak moet ik veel research doen voordat ik kan gaan schrijven, maar dat was bij deze roman niet nodig. Ik woonde in de jaren tachtig in New York en heb vrienden en bekenden zien wegkwijnen door de ziekte die toen nog eufemistisch “homo longontsteking” werd genoemd. Dit boek heeft zich in die tijd in mijn hoofd genesteld."

Tip de redactie