Stephan ter Borg – Orang-oetans drijven niet

Geestige debuutroman is de literaire evenknie van Amerikaanse zwarte komedies over dysfunctional families.

Met humor zo droog als de Sahel portretteert Ter Borg een archetypische dysfunctional family. De oudste zoon heeft beperkte verstandelijke vermogens en is zo lang als Lennie uit Steinbecks Of Mice and Men.

Zijn jongere broer, de ik-figuur, moet vaak op hem passen maar is daar niet de aangewezen persoon voor. Hij is een wat lui aangelegde knul met een voorliefde voor oudere vrouwen - die hebben te veel teleurstelling gekend om eisen stellen - en hij lijkt in de wieg gelegd voor de 12 ambachten, 13 ongelukken.

Humor is overwonnen droefenis, en humor is de brandstof van deze uiterst geestige debuutroman. De grappige vergelijkingen vliegen je om de oren, de beeldspraak ontlokt gegrinnik en slappelachbuien, de geschetste taferelen zijn cabaretesk. Gaat de ik-figuur met zijn verwoestende vader een avondje oppassen bij de keurige overburen met hun keurige Von Trapp-kindjes en keurig aangeharkte tuin, zie je de catastrofe van goud al aankomen.

Dekselse tragedie

Toch is Orang-oetans drijven niet meer dan zomaar een zwartkomische roman. Er schuilt een dekselse tragedie onder het verhaal van dit rampgezin. De moeder moet een groot deel van haar leven wijden aan het verzorgen van haar wezensvreemde oudste zoon, en ze is een afkeer gaan koesteren voor haar man. Dat alfamannetje dat ooit haar hart veroverde door zijn Argentijnse steak met zijn handen te verslinden, verdraagt ze alleen nog in haar slaapkamer als er een stapelbed in wordt geplaatst.

De vader is het soort ondernemer die de mislukking aan zijn kont heeft hangen, en hij beseft niet half hoe onuitstaanbaar hij is. De ik-figuur zelf zou vermalen worden tussen de kaken van dit gezin op drift, als hij zich niet met ironie staande wist te houden en meer in zijn mars heeft dan de mensen zijn omgeving doorhebben.

Via hem biedt Ter Borg een flinke hap uit 10 jaar nieuwsoverzicht middels een reeks bijpersonages. Pijl na pijl wordt anekdotisch afgevuurd op zaken als het onderwijs, geweld tegen treinpersoneel, de idioterie van Turkse dienstplicht voor Nederturken, comazuipers, vrouwenmishandeling, wervingspraktijken van goede doelen.

Bevrijdende slapstick

Steeds weet de auteur er een geestige wending aan te geven, met bevrijdende slapstick die aantoont dat doeltreffende romans niet per se somber hoeven te zijn. Als het gezin de zorg voor Ernst niet meer kan opbrengen en de jongen in een luxe verzorgingstehuis achterlaat, staat die arme kolos aan het hek te rammelen als ze wegrijden.

Echt sneu, maar gevolgd door weer zo’n onweerstaanbare zin. "Zijn hoofd stak boven het hek uit, als de kop van een brontosaurus." Ter Borg weet je te raken en tegelijk in de lach te laten schieten, en niet zo'n beetje.

Uitgeverij Prometheus

 

Tip de redactie