Journalist Olaf Koens reisde door de Kaukasus, dat op de flaptekst wordt omschreven als een van de krankzinnigste gebieden ter wereld. Daar zit geen woord Spaans bij.

Koens weet hoe je de lezer subiet een boek in sleept. In de eerste regels zet de buurman een pistool op zijn hoofd. Want Koens gaf een housewarmingfeestje in Moskou en buurman vond dat de muziek te hard stond. "Ach ja, hij komt uit de Kaukasus," reageert een Russische buurvrouw laconiek.

Wat Koens, ook columnist voor NU.nl, heeft gedaan, is wat een journalist het best in dit soort regio's kan doen: je luiken openzetten, overal op afgaan, mensen aan het woord laten en verslag doen.

Zo krijg je als lezer een impressie van de dagelijkse realiteit in landen en steden die hij in het boek per hoofdstuk heeft ingedeeld: Abchazië, Tsjetsjenië, Sotsji, Azerbeidzjan, Dagestan, Ingoesjetië, Tsjerkessië, Georgië en Armenië.

Achtertuin

Humor kan Koens niet ontzegd worden in dit verslag van zijn odyssee door 'de Russische achtertuin', de Kaukasus. Lef al helemaal niet, noch een onvermoeibare nieuwsgierigheid naar deze complexe regio. Het zijn de instrumenten bij uitstek voor een geslaagde journalistieke exercitie. De bevindingen zijn een kluwen van tegenstellingen, hoop en wanhoop, corruptie (uitroepteken), landen die bestaan – Abchazië – en toch ook weer niet bestaan. Meeslepende non-fictie die in fictie tot opgetrokken wenkbrauwen zou leiden: 'Hoe geloofwaardig is dit?'

Er zijn plekken als Sotsji waar voor de Olympische Spelen een flonkerend oord ontstaat. Kuuroorden waar stinkende petroleumbaden behoorlijk op de lachspieren werken, geïsoleerde bergdorpen in Dagestan met koorddansen als lokale sport en curieuze rituelen rondom exorcisme in alternatieve ziekenhuizen.

Niet dat dit boek een opsomming is van rariteitenkabinetten in de Kaukasus, al zijn die voldoende aanwezig. Het is een mix van dit soort absurde anekdotes, tezamen met observaties en vele, vele gesprekken met de gewone man op straat, met politici en ambtenaren en oude vrouwen die alle jonge mannen in hun familie aan de oorlog verloren hebben.

Ongrijpaar

Zo ontstaat stukje bij beetje een beeld van die ongrijpbare Kaukasus. En belangrijk aan dit boek is dat de schrijver volledig overtuigt als rapporterend medium. Als hem bijvoorbeeld bij een grenspost of controlepost (het wemelt ervan) om geld wordt gevraagd en er een griezelige Deliverance-situatie ontstaat, is hier geen ijdele thrillseeker aan het woord, maar een onafhankelijke onderzoeksjournalist die het grillige karakter van deze gebieden wil blootleggen. Dat lukt niet als je op een hotelkamer naast de faxmachine blijft zitten.

In combinatie met de goed gedoseerde achtergrondinformatie, is Koorddansen in de Kaukasus het soort boek dat in het rijtje van Joris Luyendijk, Joeri Boom en Gerbert van der Aa past. Journalisten die langdurig ter plekke overal hun kritische neus insteken. Journalisten die - het moet gezegd - geweldig werk leveren om relevante nieuwsberichten in een bepaalde context te kunnen plaatsen. Pluim.

Uitgeverij Nieuw Amsterdam