Rijk geplotte thriller is de derde in de reeks met de Zweedse hoofdinspecteur Connie Sjöberg als onvermoeibare speurder.

Wie op school nog aan titelverklaring van boeken moet doen, zal een stevige dobber hebben om Slaap maar zacht uit te leggen. De bedreven pen van de in Stockholm woonachtige Gerhardsen, wiskundige en schrijfster, is niet direct met nachtrust te associëren.

Het verhaal begint met de moord op een Filippijnse vrouw en haar twee kinderen. De dader hakt er niet op los als een psychoot, maar gaat trefzeker en koelbloedig te werk.

Als hoofdinspecteur Sjöberg de plaats delict onderzoekt, vindt hij de drie lijken naast elkaar in bed en wijst alles erop dat de kinderen in hun slaap zijn overrompeld.

Wie kan er zoveel woede koesteren dat zelfs de kinderen een doordacht doodvonnis hebben gekregen, is de hamvraag waarvoor de hoofdinspecteur zich gesteld ziet. Een man? Een vriend? Een ex met wrok? Sjöberg schakelt zijn team in, op één na, om het verleden van de Filippijnse tot op de draad te ontleden voor aanknopingspunten.

De grote ontbrekende

Dat ene afwezige teamlid van Sjöberg is dus zo’n aanknopingspunt, al voorziet niemand nog hoe zijn vork in de steel zit en hoever ze terug in de tijd moeten speurneuzen. Gerhardsen heeft behendig haar mathematische achtergrond aangewend om een heel vlechtwerk van plotlijnen te construeren.

Haar talenten liggen met name op dat terrein, want er zitten een paar bijpersonages in die op psychologisch vlak minder sterk zijn dan charismakolos Sjöberg. Terwijl ze toch een dijk van een subplot aan hun kont hebben hangen.

Uitgeverij: Querido
Vertaling: Tineke Jorissen-Wedzinga