Gerbrand Bakker, een man met vele gezichten, komt ineens met een verzamelboek over de wintertijd, eenvoudigweg Winterboek getiteld.

Bakker, schrijver van onder meer het met de IMPAC-prijs bekroonde Boven is het stil, is iemand die zich als geen ander bewust is van de seizoenen. Hij moet er niet aan denken om in een land te wonen waar de temperatuur vrijwel altijd gelijk is.

Hij is de man van de verwondering. Waar je een paar maanden eerder nog met de kano voer, kun je in de winter ineens schaatsen. Voor hem lijkt alles dat bekend is in winterse omstandigheden fris en nieuw.

Net zoals dat voor Bakker, een geschoold tuinier, ook in de lente geldt. Hij is op z’n best als hij bijvoorbeeld verhaalt over het winterklokje voor een gehoor van beroepskwekers en galanthofielen. Op zo'n moment zou je hem de Carmiggelt van het winterlandschap kunnen noemen.

Kronkels

Bakker heeft in Winterboek pakweg vijftien van dergelijke ‘kronkels’ verzameld. Over zijn vader, zijn moeder, over een bezoek aan een dierentuin, over het wereldberoemde ijsbeertje Knut, over schaatsers Ids Postma en Jeroen Straathof.

Daarnaast laat Bakker zijn vader aan het woord. Die draagt een verhaaltje over een oorlogswinter bij. Van zijn moeder staan er recepten in voor koeken.

Winterboek zou je ook een omgekeerd liber amicorum kunnen noemen. Bakker heeft een aantal auteurs uitgenodigd om een verhaal of een gedicht aan te leveren.

Onder meer Maarten ’t Hart, Gerard van Emmerik, Maartje Wortel, Maarten ’t Hart en Ted van Lieshout hebben bijgedragen aan het wintergevoel. De korte verklaringen die Bakker geeft over de keuze van de genodigden zijn ontroerend en tonen oprechte vriendschap.

Gedichten

Daarnaast zijn er twee sneeuwvlokkenpuzzels, een etymologiequiz, een winteralfabet en bijvoorbeeld een handleidingen voor het maken van een broedhokje en een voerfles opgenomen. En niet te vergeten vier wintergedichten van Bakker zelf.

Het is de vraag om iemand van het statuur van Bakker een dergelijk verzamelboek dient te maken, maar als het onder meer bedoeld is als tegengewicht voor het zomerboek van Heleen van Rooyen, dan is het volstrekt legitiem.

Daarnaast plaats het de auteur mooi in zijn ‘natuurlijke habitat’ en kun je er ook nog praktische tips aan ontlenen. Een boek voor bij de kachel.