AMSTERDAM - Het nachtcircus van de Amerikaanse schrijfster Erin Morgenstern gaat over een rondreizend gezelschap van magiërs rond 1900. NU.nl sprak met de schrijfster over haar debuut vol magie, illusies en buitenbeentjes.

Vindt u dat mensen in deze onzekere tijden meer de behoefte hebben om weg te dromen en zo ja, waarom hebt u het verhaal in de 19de/20ste eeuw gesitueerd?

"Ik denk dat weg- en dagdromen de mens eigen is en ook van alle tijden, niet alleen om de werkelijkheid te ontvluchten. Het verhaal speelt zich in de laat Victoriaanse/vroeg Edwardiaanse tijd af omdat ik dat altijd een fascinerend tijdperk heb gevonden: die kleding, die stijl, die kunst…

Ook wilde ik het verhaal ver genoeg terug in de tijd plaatsen om het die nostalgische, sprookjesachtige sfeer te geven die in een modernere setting veel lastiger is op te roepen."

Wat is volgens u het belangrijkste thema in Het nachtcircus: liefde, illusie of rivaliteit?

"Ik denk een combinatie van die drie. Maar het boek gaat ook over het maken van keuzes, over lotsbestemming en zoveel andere zaken, inclusief het vertellen van mooie verhalen. Ik wilde geen liefdesverhaal of welk ander eenduidig verhaal dan ook schrijven, want het leven gaat altijd over zoveel dingen tegelijk."

Hebt u over Nachtcircus gedroomd tijdens het schrijven, of waar vond u de inspiratie voor al die mysterieuze magische decors?

"Ik droom altijd in full colour en tot in detail. Soms heb ik de mazzel dat ik mijn dromen kan herinneren. Het grootste gedeelte van het hoofdstuk Le Bateur is direct afkomstig van een droom die ik enkele jaren geleden heb gehad."

Als Cirque des Rêves echt zou bestaan, was u dan een rêveur, een van die verknochte fans die het circus overal achtervolgen?

"Ik zou wel een rêveur zijn, ja, al zou ik niet de wereld afreizen om het circus overal te zien. Ik zou eerder afwachten tot het opeens vlak bij mij in de buurt opdook, zodat het een zeldzamer gewaarwording blijft en dat verrassingselement sterker is, omdat je nooit weet wanneer het circus er is."

De magiërs in uw boek leven voor andermans vertier; zij wijden daar hun hele leven aan en offeren zich als het ware op, maar toch blijven ze buitenstaanders. Waarom wordt dat aspect van hun leven binnen dit genre altijd zo sterk benadrukt?

"Volgens mij omdat het bedrijven van magie een kwestie is van geheimen kunnen bewaren. Hun werk hangt af van het beheersen van de trucs (voor zover het trucs zijn) en meer weten dan het publiek weet, en dan wordt iemand vanzelf een outsider.

Bovendien hebben outsiders door de bank genomen interessantere levens, en met de toegevoegde waarde van magie en circus zijn deze personages nog intrigerender."

Als er nu een Cirque des Rêves zou bestaan, zou David Copperfield dan gerekruteerd worden?

"Haha, dat betwijfel ik. Het circus uit mijn roman stelt prijs op een zekere mate van anonimiteit en onbekende magiërs dragen extra bij aan die sfeer van mysterie. Bovendien weet ik zeker dat meneer Copperfield elders wel aan de bak zou komen."