Giorgio Vasari - De levens

Een pronkstuk, dit rijk geïllustreerde, luxe uitgegeven kunstboek van Vasari, de kunstkenner die in de 16de eeuw concludeerde dat de kunst van die tijd volmaakt was en die perfectie met dit boek wilde vasthouden.

In 1550 beschouwde Vasari de kunstwerken van die tijd, van ondermeer Michelangelo, als perfect. In zijn optiek kwamen er meer dan alleen techniek en talent aan te pas om de werken van deze kunstenaars als het summum te beschouwen.

Om tot deze prestaties te komen, moesten kunstenaars ook een bepaalde levenshouding hebben, levenskunst, toewijding, een bepaalde ethiek: de kunstenaar moest in alle facetten doordesemd zijn van de juiste genen, gedachten en condities.

En zo begon de eerste geschiedschrijving van de kunst. Vasari beschreef een serie kunstenaars en hun leven waar toekomstige kunstenaars kennis van konden nemen.

We tellen er zesentwintig, te beginnen bij Cimabue en Giotto tot aan Michelangelo en Titiaan, en daartussen zitten de Boticelli, Da Vinci en Rafaël. Met zulke monumentale namen is het dan ook niet vreemd dat Vasari zijn conclusie over die perfectie in de kunst trok.

Inleiding

Professor dr. Henk van Veen, hoogleraar kunstgeschiedenis met de geschiedenis van de Italiaanse kunst en cultuur in de 16de en 17de eeuw als expertise, schreef een uitgebreid en schitterend voorwoord voor deze uitgave, dat een wonderstaaltje is van boekdrukkunst.

Terecht wijst hij erop dat Vasari een kunstkenner was en literair zeer begaafd bovendien. Dit prachtig vertaalde boek is dan ook stilistisch een genot, en dat is nog naast de adembenemende reeks afbeeldingen van de schilderijen die met deze afmetingen en op dit papier (het boek is een kolos) gelukkig geheel tot hun recht komen.

Een boek om eindeloos in te lezen, te bladeren, te bewonderen.

Uitgeverij: Contact
Vertaling: Anthonie Kee, Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre

Lees meer over:
Tip de redactie