AMSTERDAM - Jan van Mersbergens zesde boek Naar de overkant van de nacht heeft het carnaval, over beter gezegd de Venlose Vastelaovend als decor. "De roman moest een roes worden", aldus de auteur in een gesprek met NU.nl.

Hoofdpersonage Ralf was vroeger een schipperskind en zet nu verkleed als veerman de carnavalsvierders over 'naar de overkant van de nacht' terwijl hij zich tegoed doet aan bier, jenever en jägermeister.

Hij denkt aan zijn thuissituatie en aan zijn jeugd, want tijdens Vastelaovend ben je niet gekleed als iemand anders, je bent eindelijk jezelf.

Je wordt bijna letterlijk dronken van dit boek?

"Deze roman moest een roes worden. Het tempo, de ingrediënten, de beleving en de associaties staan allemaal in dienst van die roes. Je kunt niet een boek over Vastelaovend in de verleden tijd schrijven.

De lezer moet die nacht zelf meemaken. Alleen dan kun je de diepere lagen van het carnaval ontdekken. De warmte, de saamhorigheid en de serieuze ondertoon van alle gein en ongein."

Ralf heeft het feest nodig om zijn thuissituatie pas echt goed te begrijpen?

"Hij is overal met zijn gedachten. Dan weer bij zijn jeugd als schipperskind, dan weer bij zijn vrouw Sara en de rol van stiefvader voor haar vier kinderen. Hij realiseert zich dat hij heel veel heeft gegeven, zich heeft opgeofferd. En hij vraagt zich af of hij dat nog wel wil en of hij misschien er iets voor terug moet vragen."

Je hebt Ralf thuis ook wel in een lastig parket gemanoeuvreerd.

"Een vrouw die hem ziet als eindstreep. Ze kon gewoon niet meer voor haar kinderen zorgen. Een puber met een eetstoornis en een jonge tweeling die blind en doof is en dus een scherp ontwikkeld ‘gevoel’ heeft. In Venlo ontdekt Ralf de waarde van die lichamelijke warmte. Hij wordt als het ware opnieuw vader."

Ralf associeert er op los.

"Ik schakel razendsnel heen en weer. Een schrijftechnisch trucje, om de lezer af en toe op het verkeerde spoor te zetten, maar op het juiste gevoel. Je moet je als lezer aan de tekst overgeven, net als de carnavalsbezoeker aan de Vastelaovend. Dan komt het begrip vanzelf.

Je bent op zo’n feest eigenlijk van de buitenwereld afgesloten?

"Er dringt nauwelijks nieuws van buiten tot je door. En daardoor kun je bij jezelf naar binnen kijken. Een paar jaar terug was er iets ernstigs gebeurd op de maandag, een bomaanslag, een aardbeving of iets dergelijks. Ik ga altijd vier dagen naar Venlo en daardoor heb ik het pas donderdag gehoord. Het geeft je tijd voor jezelf."

Zetten ze daarom de klok stil op Vastelaovend?

"Het afbakenen en ook het vergeten van de tijd is heel erg belangrijk tijdens carnaval. De klok wordt overwonnen. Als we carnaval aan het vieren zijn dan zijn we groter dan de tijd. Dat is bijna metafysisch. Je zou kunnen zeggen dat mijn boek ook over zenboeddhisme gaat."

De meeste mensen associëren carnaval toch met veel drinken en schunnige liedjes?

"Er is een groot verschil tussen het Brabants carnaval en dat uit Limburg. Op radio drie hoor je nog weleens de carnavalhits van het jaar. Dat zijn meestal platte liedjes uit Brabant, of zo je wilt uit Amsterdam. In Limburg draaien ze die nummers niet.

Daar zingen ze mee met liedjes uit de jaren dertig en vijftig met heel subtiele teksten. Die liedjes gaan over warmte en echt contact tussen mensen. In die liedjes gaat het eerder over dorst dan over het zuipen. Ik wist pas dat er een boek in zat, toen ik de liedjes begon te begrijpen."

Hoe wordt het boek in Venlo ontvangen?

"Vooraf hadden ze twijfels of je zoiets gecompliceerd als de Vasteloavond wel onder woorden kunt brengen. Maar ze zijn helemaal om. De boekhandel heeft het groot ingekocht. De Limburgers overladen me met lof.

Op de elfde van de elfde, ook nog eens in het elfde jaar van deze eeuw, wordt het feestelijk gepresenteerd. 'Ons boek is er', zeggen ze in Venlo. Wie het geschreven heeft, maakt ze niet uit. En dat is mooi. Mijn maten verwachten een vervolg."