AMSTERDAM - Renate Dorrestein ontving vele prijzen, waaronder de Annie Romein-prijs voor haar gehele oeuvre, dat na de verschijning van roman De stiefmoeder achtentwintig boeken telt.

In een interview met NU.nl vertelt ze over dit jongste werk.

Dorrestein (1954) is niet alleen binnen de Nederlandse letteren een 'householdname'. Haar werk wordt gelezen van de Verenigde Staten tot aan Japan en van Noorwegen tot India.

De stiefmoeder gaat over, Claire Paagman een succesvolle kunstenares. Ze vormt samen met man Axel en zijn dochter Josefien al twaalf jaar een hecht gezin.

Als de zestienjarige Joosje, het prinsesje van haar vader dat in zijn ogen niets fout kan doen, een geheim vertelt aan Claire is het gedaan met de harmonie.

Dan volgt een spel van aantrekken en afstoten. Claire vertrekt naar Engeland om een prijs voor haar werk in ontvangst te nemen. Axel gaat niet mee, hij is boos. Wie vertelt het eerst de waarheid en wat zijn daarvan precies de gevolgen?

Vanwaar dit onderzoek naar de rol van de stiefmoeder?

“Scheve verhoudingen zijn natuurlijk altijd interessant voor schrijvers. Als stiefmoeder heb je een heel rare status in een gezin. Je bent feitelijk alleen de geliefde van de ouder van het kind. Claire is een wandelend uithangbord voor het feit dat Axel een seksleven heeft.

Dat wil Josefien natuurlijk niet weten. Er is ook rivaliteit tussen de dochter en de geliefde om de onverdeelde aandacht van de vader. Je wilt iets met een man en krijgt er een kind als cadeautje bij.”

Het startpunt van het boek komt uit uw eigen leven?

“In zekere zin. Het kind van mijn man, Noor, kwam jaren geleden opgetogen naar me toe omdat haar moeder ging scheiden van haar nieuwe echtgenoot. ‘Vind je het niet geweldig, Renate, nu kunnen papa en mama weer samenkomen.’ Oeps, dacht ik en onmiddellijk daar achteraan: zo sterk is dus de wens van kinderen dat hun ouders herenigd worden dat zelfs iemand die volwassen is er naar hunkert.’

Dat heeft zoveel conflict in zich, daar wilde ik een keer een roman over schrijven. De hele constellatie van een gezin, ook ‘het normale’ dat we de hoeksteen van de samenleving noemen, is heel erg wankel. Toen ik De stiefmoeder aan het schrijven was, kwam het voorval tussen Noor en mij weer ter sprake.’

‘Noor zei heel verbaasd: ‘Heb je toen niet gemerkt dat ik een grapje maakte?’ Toen dacht ik, nu wordt het pas echt interessant. Toen besefte ik hoe een misverstand in deze gezinssituatie als het ware ingebakken zit.’

Claire is een voluptueuze grootheid in de textielkunst. Ze maakt zogeheten quilts. U neemt de kunstwereld een beetje op de hak?

“Het geeft weer hoe ik door haar ogen kijk naar het kunstbedrijf. Het lijkt alsof kunst pas echt van belang is als het door een man is gemaakt. Textiele handwerken hebben een obscuur imago. Oude vrouwen die bezig zijn met kruissteekjes.

In de moderne kunst heb je ineens befaamde mannelijke kunstenaars, winnaars van de Turner Prize zelfs, die zijn gaan borduren en pottenbakken. En zo is een vrouwenambacht een mannenambacht geworden en krijgt het waardering. Ikzelf ben niet van de naald en draad, ik heb die tak van de kunst gebruikt om het uit te vergroten.”

Geldt voor de literatuur wellicht hetzelfde?

“Mannelijke auteurs worden gemakkelijker serieus genomen dan vrouwelijke. Wij verkopen wel vaak beter. Misschien omdat het lezerspubliek zo langzamerhand voor het grootste gedeelte uit vrouwen bestaat.

Jaren geleden schreef ik voor het eerst een roman vanuit het perspectief van een man: Zonder genade. Ik kreeg opmerkelijk veel goede kritieken. Ze vonden het knap omdat de man toch een ander, ze zeiden nog net niet hoger, wezen is. Het is interessant dat we ons anno 2011 in dit opzicht nog in de duistere middeleeuwen bevinden.”

In Engeland krijgt Claire een ontsteking aan haar oogzenuw. Ziet ze daardoor ook letterlijk alles in een ander perspectief?

“Ze ziet alles ineens zwart-wit. Ik had iets nodig dat haar in paniek zou brengen en toen las ik ergens over spontane kleurenblindheid die kan optreden in stresssituaties. Het moet voor iemand die geroemd wordt om haar aparte kijk op kleuren heel erg zijn.

Dan is ze inderdaad in staat om de boel de boel te laten en er vandoor te gaan. Ik moest haar iets geven waar ze van op haar stevige grondvesten zou gaan schudden.”

Ergens in het boek wordt een schrijver geciteerd: 'Soms gaat het leven de ene kant op, en wij de andere.' Zo is het maar net.

Een schrijversgrapje. Het is de slotzin van mijn eigen roman Het duister dat ons scheidt uit 2003.