AMSTERDAM - Arie Boomsma debuteert donderdag als romanschrijver met Relishow. De programmamaker en tv- presentator is gefascineerd door de literatuur, zo vertelt hij aan NU.nl.

Het boek gaat over Barnabas Holee, de eerste evangelist van Nederland met een artiestennaam. Hij heeft zijn uiterlijk mee en weet hoe belangrijk marketing is. Met zijn vrouwelijke fans deelt hij de liefde van Jezus bij voorkeur fysiek.

Hij is een graag geziene gast bij talkshows op radio en tv en hij leent zich voor reclamecampagnes.

Voor een haarcrème loopt hij over water (middels een onzichtbare constructie) en voor een nieuwe spijker van de Gamma ‘die honderden jaren houdt’ laat hij zich door een glamourfotograaf vereeuwigen aan een kruis. Moet Barnabas hiervoor boeten?

Waarom een roman?

“Ik ben een fervent lezer en schrijf al vanaf mijn studietijd. Je kunt een belangwekkend verhaal vertellen middels een radio- of een tv-programma maar ook via een boek. Ik voelde een noodzaak om deze roman te schrijven. Het klopt in mijn leven.”

Tijdens het schrijven van het boek is uw langdurige relatie stukgelopen. Had het nog een 'therapeutische' werking?

“Ik ben al met al bijna vijf jaar bezig geweest met dit boek. Schrijven, wegleggen en na een paar maanden weer een stukje herschrijven. Toen mijn relatie stukliep heb ik veel gedichten gelezen en daarna echt de tijd genomen om het boek af te maken. Ik heb alleen mijn vaste televisiewerk gedaan en me voor de rest opgesloten in huis om te schrijven.”

Niet bang dat mensen zullen denken: ‘weer een Bekende Nederlander die zo nodig een boek moet schrijven’?

“Ik heb er met mijn moeder lange discussies over gehad. Zij drukte me op het hart dat er al zoveel wordt geschreven. Ze vroeg zich af of ik me daar wel tussen moest mengen. Maar naast het geloof speelt ook literatuur een grote rol in mijn leven. Ik houd er rekening mee dat mensen kritiek zullen hebben. Zelf stoor ik me ook aan bekende mensen die een boek ‘er even bij doen’. Ik heb er jaren aan gewerkt en echt genoten van het schrijfproces.”

Wanneer Barnabas aan het woord is, zie je soms toch Arie Boomsma voor je.

“Het is bijna onvermijdelijk dat men de link gaat leggen. Maar het is beslist geen sleutelroman, al zit er wel zelfspot in. Ik had dit niet moeten doen als ik alleen maar een verhaaltje had willen vertellen. Het klinkt idealistisch, maar ik wil mensen aan het denken zetten. Het is een visie op de samenleving en er zitten kritiekpunten in.”

Barnabas presenteert het geloof als ultiem antwoord. De Bijbel als zelfhulpboek+?

“Hij speelt in op de tijdsgeest. Alles moet lekker, leuk en gemakkelijk zijn. Zodra je in God gelooft is het leven rozengeur en maneschijn. Mensen willen zich ergens aan vastklampen. Zo is het niet. Je moet constant wikken en wegen. Je loopt altijd met het moraalkompas rond op zoek naar het mooie, goeie, zinvolle van het geloof.”

U neemt het christendom ook wel enigszins op de hak in de Relishow.

“Ik heb het spanningsveld tussen humor en religie willen verkennen. Ik ben er niet opuit geweest om de lezer te schokken, hoogstens af en toe wakker te schudden. In 2005 ben ik bij de EO gaan werken en ben ik met grote regelmaat geconfronteerd met de verschillende stromingen binnen Christelijk Nederland. Sommigen omarmen me, anderen veroordelen me. Ik ben heel erg trots dat het boek er nu is, maar ook wel een beetje huiverig.”

Ben u bang voor de reacties?

“Ik hoop dat men de nuance in kan zien. Ik heb mijzelf vaak de vraag gesteld in hoeverre ik mijn onderzoek naar het relativerend vermogen van humor in de religie en de rol van marketing in de celebrity-cultuur wel in de openbaarheid moet doen.

Maar dat is de taak van de literatuur, van de kunst. Dat je mensen losweekt uit vaste denkpatronen. Ik hoop wel dat men het boek een kans geeft.”

Barnabas vraagt zich op een gegeven moment af of de tegenstrijdigheid tussen het christendom en zijn uiterlijk de reden is dat hij zo vaak op tv wordt uitgenodigd. Geldt dat ook niet voor u?

“Ik ben heel erg bezig met de mens als merk. Ik ben me er van bewust en speel er af en toe een beetje mee, maar het moet voor mij wel altijd waarachtig zijn.”