Gerard van Emmerik - De kippenjongen

Gerard van Emmerik (1955) bracht zijn jeugd door op een afgelegen boerderij op de Veluwe. Voor zijn nieuwste roman De kippenjongen lijkt hij veel uit die tijd te hebben geput.

Al speelt het verhaal zich net iets eerder af, net voor, tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog.

Lucas is een wat simpele kippenboer van zesendertig. ‘Kippen maken er geen troep van. Kippen liegen niet.’ Wanneer Noor, een intelligent meisje van achttien op zijn verjaardag met een lekke band zijn erf oploopt, vraagt hij haar te blijven. Voorgoed.

Hij stuurt haar onbeholpen briefjes. Ze gaat nog een keer bij hem langs, al weet ze zelf niet goed waarom. In elk geval wil ze vluchten, weg van haar ouders met hun ‘het is nu lang genoeg geleden, het leven gaat door’-praatjes.

Er is namelijk iets gebeurd met het broertje van Noor. Allemaal haar schuld. Ze had hem niet alleen moeten laten. Ze trouwt met de schuchtere kippenreus.

Het ongemak druipt zeer herkenbaar van de pagina’s. Noor zal voor Lucas zorgen, zoals hij ook haar zal helpen. Hij komt vanzelf wel over zijn verlegenheid heen en na een paar weken zal er bovendien vast wel iets in haar buik groeien.

Angst

Maar er komt geen kind. Ze is de vrouw van een zeer onzekere pluimveehouder die liever niet wil dat ze alleen op pad gaat en die bezoek verafschuwt.

Van Emmerik bouwt de angst bij Noor zoetjesaan op. Ieder ander mens zou vluchten, zou de verstikkende situatie niet aankunnen. Je verwacht dat de kippenreus op een nacht zijn grote klauwen om de nek van Noor legt.

Dan komt de oorlog langs. Een paar onderduikers in een tot boschalet omgebouwde kippenren. ‘De oorlog houdt zich schuil’ schrijft Van Emmerik. Een verdwaalde bom, een vliegtuig dat een keer over scheert. Een metafoor voor de subtiele stijl van Van Emmerik. Hij is een schrijver die zorgvuldig doseert.

Af en toe piepen de zaken waar het in deze roman daadwerkelijk over gaat uit hun schuilplaats. Het is aan de lezer om het stro weg te buigen om de kakelverse eieren te rapen.

Jongetje

Geheel onverwacht, de dokter heeft beneden bij Noor ‘iets rechtgezet’, wordt er na twintig jaar een jongetje geboren. Jimmy blijkt al snel een splijtzwam in de ‘hechte verhouding’ tussen Lucas en Noor. Van Emmerik weet dit effect optimaal uit te buiten. Geen wonder, hij is zelf enig kind, vrij laat en onverwacht geboren.

Lucas wordt de op-een-na-liefste. Een situatie die hij niet goed aan kan. Al probeert hij in al zijn onbeholpenheid toenadering te zoeken tot de jongen. Aandoenlijk.

Op een dag gaat Lucas zwemmen in het nabijgelegen meertje en verdwijnt. Door de onachtzaamheid van Noor is haar broertje verdronken, nu heeft ze de hulpeloze kippenboer in de steek gelaten.

Bobbel

Jimmy heeft een bobbel op zijn hoofd, eentje waar hij volgens de dokter beslist niet aan mag komen omdat anders de gevolgen niet te overzien zijn.

Overbezorgdheid van Noor is zijn deel. Opnieuw een parallel. Noor zal nooit verdwijnen zolang het met Jimmy mis kan gaan. En zo is de cirkel in deze prachtig ingetogen roman weer rond.

Tip de redactie