AMSTERDAM - De Canadese schrijfster Annabel Lyon (1971) debuteerde als romanschrijver met De gulden middenweg. In een interview met NU.nl vertelt ze over haar speurtocht naar Alexander de Grote en diens leermeester, de Griekse filosoof Aristoteles.

De vertaalrechten werden verkocht aan zeventien landen en het boek werd in één jaar genomineerd voor de drie belangrijkste Canadese prijzen, waarvan ze de Rogers Prize won.

Het is circa 342 voor christus. De sappige verteller in de roman, de systeemfilosoof Aristoteles, is door koning Philippus van Macedonië aangetrokken om kroonprins Alexander voor het koningsschap klaar te stomen.

De dertienjarige jongen heeft dankzij vakkundig drilwerk al de fysiek van een soldaat. Maar onder die krachtige buitenkant ontwaart Aristoteles een warboel. Eigenlijk is de jongen kwetsbaar en eenzaam.

De gulden middenweg is een historische roman die leest als hedendaagse fictie. De mensheid lijkt niet te zijn veranderd?

“Ik spit graag in de historie op zoek naar overeenkomsten met het heden. Toen ik de antieke biografieën over Alexander de Grote las merkte ik dat hij aan dezelfde soort ‘slagveldmoeheid’ leed als de Canadese soldaten die nu uit Afghanistan komen.

Ze hadden er toen geen woord voor, maar de symptomen zijn hetzelfde: hoofdpijnen, woedeaanvallen, depressies en alcoholisme. Ik wilde niet schrijven over de grote veldheer Alexander, de superman, de sexy held zo je wilt, maar over het lijden van de kindsoldaat. “

U volgt de feiten, maar schaaft ze soms even bij als daarmee het verhaal versterkt wordt. Heeft u daar veel commentaar op gehad?

“Bijna niet over Aristoteles, de verteller van de roman. Van zijn pad ben ik dan ook nauwelijks afgeweken. Dat zou oneerlijk zijn. Maar er zijn heel veel grote kenners van Alexander, ook in het publiek. Na lezingen komen mensen naar me toe die ontzet zijn over mijn theorie dat Alexander bipolair was.”

Wilde u het oude Griekenland aan de vergetelheid onttrekken?

“Ik was altijd geïnteresseerd in de antieke wereld en heb filosofie gestudeerd. Ik heb de indruk dat buiten de universiteiten de Griekse wijsgeren zoals Plato en Aristoteles helemaal zijn vergeten. Ik wilde het publiek herinneren aan wat we allemaal te danken hebben aan de oude Grieken op het gebied van politiek, literatuur, theater en wetenschap.”

U brengt het op een aanstekelijke manier.

“Ik heb expres een moderne dictie gebruikt. In Canada zijn boeken over de antieke wereld bijna altijd geschreven in een plechtstatig negentiende-eeuws Engels, omdat de vertalingen uit Oxford en Cambridge stammen. Die taal geeft de tekst voor het grote publiek iets stoffigs. In mijn boek spreken de mensen uit Athene hedendaags Brits Engels en de Macedoniërs zoals Philippus en Alexander Noord-Amerikaans.”

U heeft veel research gedaan. Was het moeilijk om al die kennis bij uzelf te houden en niet in het boek te etaleren?

“Het heeft alles van doen met de manier waarop ik deze roman heb geschreven. Ik schreef eerste een hoofdstuk en las daarna over dezelfde periode een heleboel boeken. Vervolgens maakte ik daar waar nodig correcties. Je moet, hoe moeilijk dat ook is, altijd proberen te vermijden om van de geschiedenis in een boek een powerpoint-presentatie te maken, een opsomming van jaartallen en feiten.

Het moet ook niet te abstract worden. Een Aristoteliaans symposium met toespraken tijdens een feestmaal heb ik daarom helemaal geschrapt. Het gaat om alle aandachtsgebieden van Aristoteles. Het boek moet een toegang zijn naar de antieke wereld, een heel toegankelijke poort zonder deuren.”

Heeft u voor een volgend boek nog een Griekse filosoof op het oog?

“Ik heb altijd in twee delen gedacht. Wanneer Aristoteles sterft is zijn dochter zestien. Zij wordt de hoofdpersoon van deel twee. De gulden middenweg is een boek over de publieke ruimte in de Griekse oudheid.

Het vervolg gaat over het huishouden, de slaven, de maatschappij vanuit het gezichtspunt van een vrouw. Zonder feministische ideeën van nu te projecteren. We weten toch wel dat vrouwen het in die tijd moeilijk hadden.

Ik heb daarom in De gulden middenweg het testament van Aristoteles opgenomen. Ten eerste om zijn stem te laten horen, ten tweede om aan te geven dat hij zeer genereus was tegen iedereen in zijn huis.

Hij liet precieze instructies na, ook voor de slaven en de vrouwen. En er moest goed gezorgd worden voor zijn dochter, terwijl Aristoteles geen hoge pet op had van vrouwen. Het wordt een hele klus om vanuit het perspectief van een vrouw te schrijven. De onderdrukking uit die tijd ken ik niet. Ik mag zonder toestemming het huis uit.”