Barokke roman over de laat negentiende-eeuwse wereld van een rondreizende circusgezelschap. Magiërs die écht konden toveren; dat is nog eens wat anders dan de geföhnde trucs van Hans Klok.

Met Het nachtcircus creëert Morgenstern een sprookjeswereld vol magie met trucs die verklaarbaar zijn, zoals in de film The Prestige van Christopher Nolan (geslepen techniek? Hypnose? Illusie?) en/of onverklaarbaar zijn, zoals J.K. Rowlings Zweinstein. Dan is het een kwestie je te laten meeslepen door de barokke omschrijving.

En daar weet Morgenstern raad mee. Het Cirque des Rêves, ondergebracht in reusachtige gestreepte tenten, verschijnt van het ene moment op het ander uit het niets.

En kan het publiek zich vergapen aan wonderlijke klokken, acts met witte kittens, slangenmensen, tarotlezers, tweelingen met paranormale gaven, zinsbegoochelende dotten witte watten die hemelshoge duikvluchten dempen.

Karakterontwikkeling

Op dat façadefront valt er genoeg te beleven. Maar qua karakterontwikkeling laat het verhaal te wensen over. Centraal staan twee magiërs die ieder een beschermeling op jonge leeftijd onder hun hoede nemen.

De een heeft een begaafde jongen in de leer, de ander een dochter uit een zeer kortstondige affaire die hij om haar magische gaven – de appel valt niet ver van de boom – als speelgoed/instrumentarium behandelt. Ofwel honds.

Het is onmiskenbaar fantasierijk beschreven hoe deze twee jongeren opgroeien en zich de fijne kneepjes van het vak der magische entertainers eigen maken. Of eerder: zoals die hen door hun mentoren worden opgedrongen en er puur op gespitst zijn elkaar de loef af te steken.

Wat dat met de kinderen zelf doet, daarover blijft de lezer in het ongewisse. Met als gevolg dat het verhaal halverwege vast komt te zitten als Excalibur en de magie het verhaal grotendeels moet dragen.

Rivaliteit

Daar had fors in geknipt kunnen worden, want hoe magisch ook, een duizelingwekkend circus is candy for the eye and nothing for the heart als het een herhalingsfactor betreft.

Wie zich daardoorheen bijt, komt in nieuw vaarwater als de pointe na een tijd weer wordt opgepakt. De spil van dit alles blijkt een oeroude rivaliteit te zijn.

Niettemin heeft het circus zich dan al geprofileerd als de grootste ster. Morgenstern schrijft als iemand die zijn fabelachtige droom prachtig weet na te vertellen bij het ontbijt, maar zoals gebruikelijk bij dromen spelen de personages meestal de tweede viool.

Uitgeverij: De Bezige Bij
Vertaling: Dennis Keesmaat