AMSTERDAM - Van de Amsterdamse stadsdichter F. Starik verschijnt maandag het boek Een steek diep, veertig ‘schetsen van verloren levens’. NU.nl sprak met 'de verslaggever van de dood'.

F. Starik is de stadsdichter van Amsterdam. Daarnaast is hij coördinator van de stichting 'De eenzame uitvaart', die er voor zorgt dat begrafenissen van eenzame doden worden opgeluisterd met een persoonlijk gedicht.

Daarin gedichten van onder meer Neeltje Maria Min, Eva Gerlach en Menno Wigman. Maar het belangrijkste is de relativerende pen van Starik die op zoek gaat naar de verhalen achter de overleden mensen.

Hoe is 'De eenzame uitvaart' van de grond gekomen?

"De dienst die in Amsterdam de uitvaarten van onbekenden of eenzamen regelt, reageerde in eerste instantie terughoudend toen ik met het idee kwam. Ze waren bang dat de dichters - gevoelsmensen immers - aan de haal zouden gaan met de geschiedenissen van de mensen."

Een tot tranen toe geroerde dichter aan het graf?

"Ik verzekerde hen dat we er geen lyrische puinhoop van zouden maken, dat er geen gekke dingen zouden worden gezegd. Toen ben ik als het ware een paar maal op proef geweest. Nu zijn ze blij dat professionals het woord doen.

De gedichten gaan in het dossier. We ontvangen vaak complimenten van de mensen van de dienst en van de begraafplaatsen. Het draagt ook bij aan de ‘emancipatie’ van de dichter. Menig stadsdichter rekent het nu tot het takenpakket."

Het is een vast onderdeel geworden van uw leven. Heeft het uw kijk op de dood veranderd?

"Ik ben na al die jaren natuurlijk wel gepokt en gemazeld, ik doe dit nu al bijna tien jaar. Eigenlijk heb ik een hekel aan begrafenissen, ik loop gemakkelijk leeg. En dat is natuurlijk taboe.

Ik ben gemiddeld een keer of vijftien per jaar aanwezig bij eenzame uitvaarten, hetzij als dichter van dienst of als ‘verslaggever’ van de gebeurtenis. Maar aan mijn kijk op de dood verandert dat weinig: we hebben gewoon een ernstige taak te vervullen."

Valt het niet zwaar, zo vaak op een begraafplaats?

"Je leert jezelf een houding geven bij de meest wonderlijke situaties. Alle betrokkenen, de uitvaartleider, de dragers, de grafdelvers, de dichters, helpen elkaar door een ongemakkelijke situatie heen.

Er zijn in de loop der tijd allerlei rituelen ontstaan waarbij alle partijen zich ‘goed’ voelen. Er wordt bijvoorbeeld pas gerookt nadat de kist is gedaald. Na sommige begrafenissen treed je pas heel langzaam de bewoonde wereld weer in. En dat is goed."

Er wordt van tevoren uitgebreid onderzoek gedaan?

"Dat zijn we aan de dode verplicht. Ik laat het aan de dichter van dienst om bijvoorbeeld naar de plek te gaan waar de overledene heeft gewoond of waar hij of zij is gevonden. Ik bel altijd uitgebreid met de dienst voor achtergrondinformatie. Wij zijn neutraal, geven geen mening.

Soms is er maar bar weinig voorhanden om een persoonlijk gedicht te maken, maar een goede dichter heeft aan een enkel aanknopingspunt genoeg. En er ligt een duidelijke opdracht. Het is niet de bedoeling dat de dichter een halfuur aan het woord is."

U heeft in Een steek diep wel zeer bijzondere ‘gevallen’ verzameld. Het lijkt bijna fictie?

"Zoals altijd haalt de werkelijkheid de fictie in. De namen van de eenzame doden zijn gefingeerd, de levensbeschrijvingen zijn authentiek.

In 2005 heb ik een eerste selectie gemaakt. Ik ben ditmaal strenger geweest. De levensverhalen moesten iets bijzonders hebben. Of het gedicht moest bijzonder goed gelukt zijn."

Uit de verslagen blijkt dat er veel werk gemaakt wordt van de eenzame uitvaarten?

"Dat is niet overal zo. De gemeente Amsterdam gaat met heel veel eerbied met de eenzame doden om. Zo is er altijd een aula, drie muziekstukken en een bloemstuk. In andere steden gaat de kist vaak rechtstreeks naar het graf en moeten de dichters hun werk aan de rand van de kuil voordragen, waarna de kist onmiddellijk zakt."

Hoe lang gaat u hiermee door?

"Het mag geen routine worden, want er wordt op je gerekend. Dit is iets wat je voor het leven doet, dus zeer waarschijnlijk tot aan mijn eigen dood."