AMSTERDAM - De manier waarop de Nederlandse rechtsstaat omgaat met mensenhandelaren, leidt ertoe dat zij ongestoord hun gang kunnen gaan.

De straffen zijn laag, hulpverleningsinstanties werken bureaucratisch en langs elkaar heen en vrouwen worden vaak niet serieus genomen.

Dat concludeert Maria Genova in haar boek Vrouwen te koop. Loverboys, stalkers en seksslavinnen, dat dinsdag verschijnt bij uitgeverij Conserve.

Na de publicatie van het boek Man is stoer, vrouw is hoer, dat het waargebeurde verhaal van Anna vertelt die 12 jaar was getrouwd met een loverboy, heeft Genova honderden e-mails gekregen van slachtoffers van vrouwenhandel, eerwraak en gedwongen prostitutie. Een deel van deze verhalen heeft ze opgetekend in haar nieuwe werk.

Straffen

Volgens Genova verdienen sommige vrouwen ruim een miljoen euro voor hun pooier. De straffen voor mensenhandelaren en loverboys zijn naar haar mening veel te laag. ''Ze lachen erom, want als je zo superrijk kunt worden, heb je dat er wel voor over.''

Bijna 40 procent van de veroordeelden komt na minder dan een jaar cel vrij, weet de schrijfster. ''In veel gevallen is de straf voor een eenmalige verkrachting hoger dan voor mensenhandel, waarbij vrouwen in een halfjaar minstens 500 keer tegen hun wil worden gepenetreerd.''

Agenten

Genova sprak ook diverse agenten. Ze begrijpen volgens haar niets van de lage straffen als ze jarenlang bewijsmateriaal tegen de mensenhandelaar hebben verzameld.

''Als de politiek blijft slapen, verandert er niets'', zegt agent Frans in het boek. ''Dan zijn de pooiers de lachende derde.''

De drempel om aangifte te doen is voor slachtoffers erg hoog. Ze vrezen voor hun veiligheid als pooiers vrijkomen en duiken vaak onder. Daarbij ervaren veel vrouwen de rechtszittingen als vernederend, aldus Genova.

''Deze meisjes hebben vaak grote trauma's en weten daarom soms bepaalde dingen niet goed meer. Als er ook maar iets niet klopt in hun verklaring, wordt die vaak in zijn geheel als ongeloofwaardig beschouwd.''