Wolfgang Herrndorf is van oorsprong een striptekenaar. Zijn roman Tschick staat al een jaar in de Duitse bestsellerlijsten en wordt in meer dan vijftien talen vertaald. Recent is de Nederlandse versie verschenen: Tsjik.

Hoofdpersoon Maik Klingenberg is veertien en zit onder het bloed en de smurrie bij de Duitse snelwegpolitie. Hij wordt onmachtig, valt van zijn stoel en belandt in een ziekenhuis. Kennelijk is er een ongeluk gebeurd.

We leren vervolgens over de klas op het Berlijnse gymnasium waar Maik schoolgaat. Hij is een loser die het bij de meisjes moet afleggen tegen mooie André.

In wiskunde en in hoogspringen is hij goed, maar als hij een schoolrecord vestigt, kijken alle meisjes, ook de Beyoncé-lookalike Tatjana waarop hij smoorverliefd is, net de andere kant op.

Nadat Maik een opstel voor de klas heeft voorgelezen krijgt hij een bijnaam: Psycho. Terwijl iedereen heeft geschreven over de vakantie, heeft Maik een tekst van acht kantjes gepend over zijn moeder die naar een ontwenningskliniek is geweest. Zij noemt dat haar jaarlijkse gang naar de beautyfarm.

Tsjik

En dan verschijnt Tsjik. Nee, het is geen bloedmooi meisje dat plotseling voor de psychotische slaappil valt, maar een met enige regelmatig straalbezopen Rus: Andrej Tsjichatsjov.

Wanneer zowel Maik als Tsjik niet worden uitgenodigd voor het verjaardagsfeest van Tatjana en de vader van Maik met zijn jonge assistentie de hort opgaat, begint een eenzame vakantie.

Maar Tsjik weet raad en ‘leent’ een oude Lada. Dan volgt een groteske reis kriskras door het oosten van Duitsland.

Geloofwaardig

Herrndorf zet uitermate geloofwaardig de gedachtenwereld van veertienjarigen neer, zonder te vervallen in het overmatig gebruik van jeugdtaal of grofheid. Zijn stijl is fris en mede door de korte hoofdstukken heeft het boek veel vaart. Tsjik heeft een hoog in-één-ruk-uitgelezen-gehalte.

Ouders, tv en leraren hameren erop dat het een verrotte wereld is. Belangrijkste conclusie die de jongens na de dollemansrit trekken: misschien is 99 procent van de mensheid wel slecht, maar zij kwamen alleen die ene procent tegen die deugde.

Hoofdstuk 44 eindigt met de volgende zin: ‘En de rest heb ik dus al verteld.’ Voor een boek dat in medias res begint was dit het ideale slot geweest, maar Herrndorf laat nog vier hoofdstukken volgen.

Na 255 pagina’s is het gedaan. Aan de ene kant jammer dat het boek uit is, aan de andere kant is het natuurlijk een geweldig compliment als men langer met Maik en Tsjik op reis had gewild.