Op de shortlist van de Man Booker Prize: contemporaine achterbuurtroman vanuit het vertelperspectief van een recent naar Engeland geïmmigreerde Ghanees van elf.

Verbazingwekkend genoeg kwam favoriet Alan Hollinghurst niet op de shortlist terecht. Diens generatieroman waarin een eeuw Engelse geschiedenis was verweven, moest het afleggen tegen ondermeer deze eigentijdse vertelling van de defaitistische youth gangs in een Londense achterstandswijk met veel immigranten.

Centraal personage is de elfjarige Harri Opoku. Dat brengt al de nodige beperkingen met zich mee voor wat betreft interessante inzichten, zodat met name de vorm overblijft: voornamelijk sms-taalgebruik en die confetti-bij-windkracht-10-indrukken van een kind in verwarring.

Hoofdlijn in het verhaal is de gewelddadige dood van een van de jeugdige kinderen uit de buurt; een voorval dat Harri en een vriendje inspireert om op eigen houtje detective te spelen om erachter te komen wie de misdaad op zijn geweten heeft.

Alhoewel, geweten is een begrip dat streetsmart kids nog niet kunnen bevatten; ze worden vooral gedreven door sensatiezucht.

Kriskrasjargon

Er was bij de oorspronkelijke Engelse versie van de zwaar gehypte Pigeon English al de nodige kritiek op de schrijvende buitenstaander die zich half-overtuigend wist in te leven in de rimboe van deze complexe belevingswereld.

Laat staan dat met de vertaling van die dagelijks en per postcode muterende mengelmoes van Londense straattaal de nodige bruggen worden geslagen om je te kunnen warmen aan deze urban novel. Het is proza met dat net niet juiste achterstevoren petje op.

Curieus ook hoe Kelman zijn protagonist peinzende mijmeringen meegaf over een zelfbedachte engelbewaarder in de vorm van een duif - als het zijn ambitie was om diepte te verlenen aan de kindergeest zoals de Booker-nominee Emma Donoghue vorig jaar met Room, kwam dat niet overtuigend uit de verf.