AMSTERDAM - John Boyne zal waarschijnlijk voor altijd worden vereenzelvigd met zijn verfilmde jeugdroman De jongen in de gestreepte pyjama (2006).

Maar de Ierse auteur heeft inmiddels al een aardig oeuvre op zijn naam staan, aan NU.nl vertelt hij over zijn jongste werk.

Voor zijn wereldwijde succes schreef Boyne (1971) al vier romans en nadien nog eens drie. De laatste, The Absolutist, is nu in vertaling uitgekomen als De witte veer. De benaming die men in Engeland aan gewetensbezwaarden geeft. Een roman over de Eerste Wereldoorlog, waarin maar liefst 300.000 Britten sneuvelden.

Verhaal

Het verhaal speelt in september 1919. Tristan Sadler gaat op bezoek bij Marian, de zus van zijn strijdmakker Will, om haar brieven van haar broer terug te geven. Met hem heeft Tristan gevochten in de loopgraven in Frankrijk.

Maar plotseling, ergens in 1917, gooit Will zijn wapen aan de kant en roept zichzelf uit tot gewetensbezwaarde. Hij wordt op het slagveld gefusilleerd, zijn familie in grote schande dompelend. Tristan wil eigenlijk een groot geheim aan de zus van Will kwijt.

Het grootste gedeelte van De witte veer speelt zich af op een enkele dag.

“Het boek bestaat uit zeven delen. Ik wissel stukken over de opleiding van de rekruten, de tocht naar Frankrijk, het vechten in de loopgraven en de dood van Will af met delen die spelen op één dag in 1919 wanneer Tristan naar Norwich gaat om Marian te bezoeken.

Ik wilde alle verschillende emoties, van afstandelijkheid, via genegenheid tot haat, gedurende een paar uur achter elkaar de revue laten passeren. Dat maakt het heel invoelbaar.”

Het is opnieuw een historische roman. Waar heeft u dit thema vandaan?

“Ik ben niet echt een schrijver van historische romans. Mijn eerste twee boeken waren sterk autobiografisch. Toen diende zich een thema aan over vriendschap tussen twee jongens. Voor het dramatische effect heb ik dat in de Tweede Wereldoorlog gesitueerd.

De witte veer is opnieuw een boek over vriendschap, nu tussen twee jonge mannen in de Eerste Wereldoorlog met een homoseksueel tintje. In die tijd onbespreekbaar. Daarmee til ik al een stukje van de sluier op van de plot.

Feitelijke aanleiding is het verhaal dat ik hoorde van een vriend. In heel Engeland staan monumenten voor de gevallenen in de ‘Great War’.

Maar de gewetensbezwaarden, die vaak als brancarddrager maar een paar minuten te leven hadden, kregen geen plaats op het monument. Ze werden als lafaards beschouwd. Het waren toch ook jongens van amper twintig die hun leven gaven.”

Terwijl het juist van ongekende moed getuigde om aan je principes vast te houden.

“Gewetensbezwaarden kregen allerlei rotklussen. De ‘absolutisten’ weigerden ook de alternatieve dienst en werden zonder pardon tegen de muur gezet. Was je eenmaal als soldaat in Frankrijk dan beschouwde men het weigeren van een bevel als desertie en volgde het vuurpeloton.

Als je niet snel over de rand van de loopgraaf heen klom, kon je na een enkele sommatie al een kogel verwachten. Om een idee te geven: de Engelse soldaten hadden geen witte maar rode zakdoeken zodat ze niet de witte vlag konden zwaaien.”

Uw boek is heel overtuigend in de context van de tijd geplaatst. Met de kennis van vandaag vragen we ons af waarom de rekruten zo enthousiast naar Frankrijk gingen.

“We moeten niet vergeten dat er in die tijd niet veel informatievoorziening was. De brieven van de soldaten werden gecensureerd. De kranten brachten alleen enthousiaste artikelen. In het rekrutenkamp, jongens onder elkaar, ontstond een kameraadschappelijke sfeer in de trant van we gaan een potje vechten aan de overzijde en komen beladen met medailles terug.

Bijna zoals een voetbalwedstrijd. Er bestond het idee dat na de heroïsche strijd de bedrijven en de meisjes om hen zouden vechten. In de loopgraven in Frankrijk sloeg de realiteit in als een bom. Ik heb heel wat tijd in het oorlogsmuseum doorgebracht om me de stem van de tijd eigen te maken.”

Lees hier de recensie van De witte veer