The Absolutist is in vertaling uitgekomen als De witte veer. De benaming die men in Engeland aan gewetensbezwaarden geeft. Een roman over ‘The Great War’ van ’14 - ’18 waarin maar liefst 300.000 Britten sneuvelden.

Tot aan zijn levenseinde zal de Ierse auteur John Boyne (1971) waarschijnlijk worden vereenzelvigd met zijn door Miramax verfilmde jeugdroman De jongen in de gestreepte pyjama (2006).

Het boek is een zogenaamde ‘allways-seller’. Toch schreef Boyne voor zijn wereldwijde succes al vier romans en nadien nog eens drie.

Het is september 1919. Tristan Sadler is een twintig jaar jonge redacteur van een uitgeverij. Hij gaat met de trein van zijn woonplaats Londen naar Norwich om een zekere mevrouw Marian Bancroft, dochter van een dominee, te bezoeken. Hij is van plan om haar brieven terug te geven die ze heeft geschreven aan haar broer Will.

Loopgraven

Met hem heeft Tristan gevochten in de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven in Frankrijk. Maar plotseling, ergens in 1917, gooit Will zijn wapen aan de kant en roept zichzelf uit tot gewetensbezwaarde. Hij wordt op het slagveld gefusilleerd, zijn familie in grote schande dompelend.

De echte reden dat Tristan naar de familie Bancroft reist is omdat hij een vreselijke geheim bewaart, eentje waarvan hij zich maar al te graag zou willen verlossen, maar het is de vraag of hij daartoe de moed kan opbrengen.

De witte veer is een lekker plotgedreven leesboek. Boyne gooit geroutineerd her en der een paar balletjes op. Waarom werd Sadler op vijftienjarige leeftijd door zijn vader hardhandig uit huis gezet? Op de gevel van diens slagerij stond immers Sadler en Zoon.

Vermoedens

De oplettende lezer voelt op zijn soldatenkistjes aan in welke richting we het moeten zoeken. En de vermoedens worden bewaarheid, maar dat irriteert nergens. Boyne is een vakkundig verteller.

De constructie van De witte veer is overzichtelijk en uiterst effectief. Het boek is opgebouwd in acht delen. Afwisselend bevinden we ons in Norwich in 1919 en in het opleidingskamp Aldershot in 1916 c.q. het slagveld in Frankrijk.

Het slot van het zevende deel heeft een mooi open einde. ‘Zijn oorlog is voorbij. De mijne staat op het punt te beginnen.’

Extra deel

Toch voegt Boyne er nog een extra deel aan toe dat onverbloemd De schande van mijn daden heet en zich afspeelt in 1979 in Londen als Tristan Sadler in de tachtig is en een literaire prijs krijgt uitgereikt.

Romans met schrijvers (of schrijvers in spe) in de hoofdrol kunnen ronduit vervelend zijn voor de (niet professionele) lezer, maar John Boyne weet zijn commentaar op uitgevers en schrijvers mooi onderkoeld te houden.

Er valt wat voor de toevoeging van het laatste deel te zeggen want in de slotalinea’s heeft Boyne nog een aardige twist in petto.

Bovendien trekt hij daarmee problematiek uit het verleden, zoals bijvoorbeeld de moeizame emancipatie van homoseksuelen in de UK, naar het heden toe.