Nieuwe vertaling van de klassieker uit 1898 van de Noorse schrijver en Nobelprijswinnaar Knut Hamsun. Een eenvoudige molenaarszoon vat liefde op voor de dochter van een grootgrondbezitter.

Johannes en Victoria kennen elkaar vanaf hun kindertijd. Johannes’ vader maalt het graan bij het landgoed van Victoria’s voorname vader, en in die tijd betekende dat er qua maatschappelijke status een onoverbrugbare kloof tussen hen gaapte.

Als de jongen oud genoeg is om te begrijpen hoe onbereikbaar zij voor hem is, vult zijn lichaam zich met een tragiek die hem tot klassieke negentiende-eeuwse held maakt: gekweld, eenzaam, standvastig.

Fantoommuze

Dezelfde periode indachtig vertaalt dit leed zich naar grootse prestaties: Johannes wordt een geweldige dichter.

Hij verlaat het dorp om jarenlang weg te blijven, op afstand gevoed door zijn fantoommuze, waarna zijn faam in de bellettrie zelfs zijn geboortestreek bereikt. En daar zit nog steeds Victoria, net zo verscheurd door haar gevoelens voor de molenaarszoon.

Hamsun heeft geen roman geschreven waarmee hij uitsluitend het standenverschil hekelt. Zeker, de ingrediënten zijn aanwezig als de berooide edelman die zijn dochter uithuwelijkt aan een rijke partij om het familiebezit te redden.

De pijnlijke situaties, als de nog kleine Johannes niet begrijpt waarom zijn vriendinnetje zo raar doet als er anderen bij zijn. Het volwassen vrouwelijke personage dat gedreven wordt door een ambivalent verlangen naar ware liefde en pragmatisme cq plichtsbesef.

Onbereikbare liefde

Maar de twee centrale karakters zijn dermate aan elkaar verknocht, dat tussen de regels hun bereidheid doorschemert om alle verschillen overboord te werpen. Het is Hamsun zelf die gedijt op de lyriek van de onbereikbare liefde.

Hij brengt enkele wendingen in het verhaal aan waarmee de kracht van het himmelhoch jauchzend zum Toden betrübt gehandhaafd blijft, als inspiratiebron voor zowel de auteur als voor Johannes en zijn dichtregels.

Als ander geluk voor Johannes dreigt, steekt de auteur daar een stokje voor. En dat in een weergaloze stijl van sober ingetogen proza, met die twee kwetsbare mensen die elke emotionele fase van de onmogelijke liefde doorlopen: het aftasten, aantrekken, afstoten, toegeven, terugtrekken, de onzekerheid, de woede, de onmacht, en de besluiteloosheid tot het te laat is.

Negentiende-eeuws liefdesleed op zijn best.

Uitgeverij: De Geus
Vertaling: Cora Polet