Tijdens een ijsregen in Québec worden liefdes gevonden en hervonden, in deze fijne roman over een jochie dat letterlijk hemel en aarde beweegt om zijn ouders bij elkaar te houden. 

Een elfjarige jongen verneemt van zijn ouders dat ze gaan scheiden. Ten einde raad loopt hij naar buiten en kijkt omhoog naar de hemel. "Help me",  fluistert hij. En alsof de duvel ermee speelt – al suggereert de auteur nergens dat dit een surreëel sprookjes is – valt er kort daarop een dikke ijsregen over de Frans-Canadese stad.

Noodsituatie als zegen

IJsregens zijn een serieuze zaak, zeker van deze proporties. Als ze aanhouden, verandert het ongemak in een noodsituatie. In eerste instantie grijpen de hoofdpersonages hooguit elkaars ellebogen om niet op de gladde straten uit te glijden. Allengs verergert de toestand als de stroom uitvalt, mensen in de kou komen te zitten en branden uitbreken.

Icerainmaker

Voor de personages in Vissen veranderen komt dit meteorologisch fenomeen echter als een uitkomst doordat ze elkaar steun bieden en hun vastgeroeste levenspatroon doorbreken. De Canadees-Russische wiskundige die het zwemtraject van zijn vissen bestudeert voor een wiskundige berekening, krijgt hulp van de eenzame stripteasedanseres Julie.

Michel en Simon zijn een homopaar dat echt uit de angstige kast moet komen; het scheidende paar kan noodgedwongen nog niet scheiden, en voor de alleenstaande vader van het vriendje van de Icerainmaker heeft de auteur ook een positieve plotwending in het verschiet.

Optimisme

Vissen veranderen is een optimistische en vaak geestige roman over wat saamhorigheid kan bewerkstelligen. Iets té optimistisch misschien, aangezien noodsituaties ook het ‘ieder voor zich’-scenario herbergen, maar Szalowski gooit het over een andere boeg, en dat is een vrijheid die de schrijver zich mag permitteren.

Het is niet erg om zo hoopvol te dromen, zeker niet als het zo’n tedere roman oplevert, die door de intelligente inhoud en mooie opbouw elke zoetsappigheid ver buiten de deur houdt.

Uitgeverij Lebowski
Vertaling: Richard Kwakkel