Eind jaren tachtig kwam politie en justitie tot de slotsom dat er in Nederland georganiseerde misdaad bestond die vergelijkbaar was met de maffia in Italië.

Toenmalig minister van justitie Hirsch Balin deed zelfs, met veel gevoel voor dramatiek, een oproep aan politie, OM en rechterlijke macht om de handen ineen te slaan om 'de beslissende slag' te leveren, omdat anders de rechtstaat in gevaar zou komen.

Twintig jaar later blijkt dit doemscenario schromelijk overdreven. Net als in andere Europese landen is er georganiseerde misdaad, maar de democratie gaat daar niet aan onder. Om wetgeving tegen criminaliteit door te drukken bespeelt de overheid met graagte de angstgevoelens van het publiek.

Regelmatig worden er optelsommetjes gepresenteerd met de omvang van misdaadgelden. Met de oprichting van IRT’s, kernteams en Nationale Recherche moest een ‘krachtig signaal’ worden afgegeven.

Succesjes

Incidenteel werden er succesjes geboekt, maar na het lezen van De strijd tegen de Amsterdamse onderwereld van Parooljournalist Paul Vugts moet des te meer worden geconcludeerd dat politie en justitie bijna altijd het nakijken hebben en hebben gehad.

Zestig rechercheurs holden jarenlang zonder succes achter Klaas Bruinsma aan. Datzelfde team jaagde anderhalf jaar op de erven Bruinsma totdat bleek dat als opsporingmethode een eigen drugslijn was opgezet.

De lijst kan zonder veel moeite worden aangevuld met acties tegen Etienne Urka, Sam Klepper & Johnny Mieremet, wapenhandelaar Mink Kok en ‘hasjtalent’ Norbert Stok.

Zorgen

Als misdadig grootgrutter hoefde je je in Amsterdam in het verleden niet al te veel zorgen te maken. En daar schijnt niet veel verandering in te zijn gekomen. Vugts is een van de weinige verslaggevers die doorbijten. Als na een paar dagen na het begin van een megaproces de mediastorm gaat liggen, blijft Vugts op zijn post. Het levert een uniek document op dat duidelijk maakt hoe moeizaam, kostbaar en soms wanhopig de vervolging van ‘de grote jongens’ eigenlijk is.

Nooit eerder werd er op een zo’n grote schaal strijd gevoerd tegen criminele kopstukken en hun organisaties als in de laatste vijf jaar. Willem Holleeder werd veroordeeld voor afpersing, Dino Soerel werd schuldig bevonden aan drugshandel, zakenman Jan-Dirk Paarlberg moet zitten voor grootschalige witwaspraktijken.

Benen

Maar de veroordeelde vrouwenhandelaar Saban Baran nam tijdens zijn verlof de benen naar Turkije en begon daar een discotheek met de veelzeggende naam Escape, Erik de Vlieger werd vrijgesproken van witwassen, de zaak tegen de directie van de Amsterdamse Taxi Centrale sneuvelde en ook de Amsterdamse Hells Angels konden meermaals het champagneglas heffen.

Vugts heeft elf geruchtmakende zaken gekozen voor dit boek, die zich stuk voor stuk als thrillers laten lezen. Hij schrijft prettig en is als geen ander ingevoerd in de dwarsverbanden. Er komen bijzondere, soms dubieuze, getuigen aan bod, omstreden opsporingsmethodes en nogal wat blunders.

Stanley Hillis

Er zijn natuurlijk successen geboekt door politie en justitie, maar in de meeste gevallen kunnen de topcriminelen zich de morele overwinnaar voelen. Wat te denken van de liquidatie februari jongstleden van Stanley Hillis waarbij twee opsporingsambtenaren in een aanhangwagen nog maar net konden wegduiken pal naast de liquidatieplek. Een zware publicitaire slag voor een opsporingsapparaat dat slagvaardigheid wil tonen tegen liquidaties.

Is er dan geen enkele hoop voor de toekomst? De aangepaste witwaswet blijkt wel succesvol. De topcriminelen kunnen daardoor vroeger in hun carrière ‘gepakt’ worden, in hun portemonnee.

En in het nieuwe millennium hebben politie en justitie hulp gekregen van de georganiseerde misdaad zelf. De onderwereldoorlog heeft tot nu aan toe aan meer dan vijfentwintig kopstukken het leven gekost.