Joseph O’Connor (1963) is een van de belangrijkste Ierse hedendaagse schrijvers. Hij verkreeg wereldwijde roem met Stella Maris, over Ieren die in 1847 met een boot naar New York vluchten voor de hongersnood en Redemption Falls, een spannende historische roman en een liefdesverhaal ineen spelend in het Amerika van net na de Burgeroorlog.

In zijn nieuwste boek Volgspot is hoofdpersoon Molly Allgood, toneelnaam Maire O’Neill, een aan lagerwal geraakte bejaarde actrice die op weg is naar een laatste schnabbel in de studio’s van de BBC in Londen. Het is de winter van 1952. In haar hoofd woedt een sneeuwjacht van herinneringen aan mooie en treurige momenten.

Eens was zij een ster en de geliefde van de adellijke Ierse toneelschrijver John Millington Synge, die samen met de latere Nobelprijswinnaar William Butler Yeats en Augusta Lady Gregory in 1905 het beroemde Abbey Theater in Dublin oprichtte. Het eerste nationale platform ter wereld, feitelijk nog vóór er een Ierse natie bestond.

U bent de meester van de ‘roadnovel’. In ‘Volgspot’ bent u letterlijk dicht bij huis gebleven.

"Als jongen kwam ik in Dublin regelmatig langs het huis waar John Synge en zijn moeder hun laatste jaren hebben gesleten. Ik was er een beetje bang voor, maar tegelijk intrigeerde het me. Ik zag het huis als een ambassade van de literatuur maar ook als een spookhuis. Een hoofdkwartier waar moedige dingen waren ondernomen, die of onmetelijk succes hadden, of gedoemd waren om te mislukken.

"Ergens diep van binnen voelde ik daar de aantrekkingskracht van de literatuur: het afstoten en aantrekken tegelijk. Mijn ouders hebben mijn leeszucht gestimuleerd. Ik ben ze daar nog steeds dankbaar voor, want juist het stillen van mijn leeshonger, heeft voor mij de vensters van de literatuur wagenwijd opengezet."

Ook figuurlijk blijft u dicht bij uw eigen schuurtje. Volgspot zit vol met verwijzingen naar uw schrijversschap.

"In al mijn boeken figureren schrijvers. Waarschijnlijk zijn wij schrijvers voor de rest van de mensheid maar een stel overgevoelige zonderlingen. Je betaalt een bepaalde tol voor het schrijven. Dat wilde ik ditmaal grondig analyseren, zonder daar overigens de lezer mee lastig te vallen. Het zijn kanttekeningen voor de goede verstaander.

"Het is natuurlijk een paradox: in onze fictie proberen we uit te zoeken hoe iemand anders denkt en voelt. Als tijdens het schrijven de chemie werkt, komen we terug bij onszelf en leren over onze eigen kern. Het enige echte thuisland van de artiest zit in hem of haar zelf."

Het is voor u doen een bescheiden roman; tweehonderdvijftig pagina’s.

"Stella Maris en Redemption Falls zijn lineair geschreven epossen. Als je er vanuit gaat dat je me elk nieuw boek jezelf wilt overtreffen, dan kon ik twee kanten op: of het schrijven van een vijftienhonderd pagina dik magnum opus met een honderdtal epigonen, of de weg van de verdichting kiezen. Ik heb in Volgspot voor het eerst op grote schaal geschrapt. Men verwacht van een Ierse schrijver veel lyriek.

"Ik hoop dat er nog steeds genoeg mooie zinnen instaan, maar deze roman vroeg om een andere aanpak, een andere spanningsboog ook. Het gaat vooral om de emotionele diepgang. De spanning in een verhouding tussen mensen uit zeer verschillende klassen, ook nog openlijk beleden. In het begin van de vorige eeuw een ongehoord fenomeen. Als mijn eerdere boeken lawaaige symfonieën zijn, is dit een rustig stuk kamermuziek."

Met veel verrassende noten. De constructie is ogenschijnlijk eenvoudig: Een bejaarde dame vertelt haar geschiedenis. Toch zitten er ingenieuze tijdswisselingen in.

"De verhalen van Molly zou men kunnen zien als een pakje speelkaarten. Je kunt er naar believen een patience mee leggen of een spelletje blufpoker mee spelen. Ik geef de lezer bladmuziek en daaruit mag hij of zij z’n eigen muziekstuk componeren.

"De sleutel voor dit boek zit verborgen – niet heel erg verstopt – in de eerste vijftien pagina’s. Ik hoop dat de lezer mij ‘halfweg’ tegemoet wil komen, mijn uitgestoken hand wil accepteren. Voor mij is deze manier van spanningsopbouw ook totaal nieuw."

Molly's levensomstandigheden waren niet zo ernstig als dat u ze hebt weergegeven. U houdt ervan om een kleine draai te geven aan historische feiten?

"Ik ben een romanschrijver, een legger van mozaïeken, zo u wilt. Hoewel Molly echt heeft bestaan is zij tevens een personage en ik veroorloof me om, in het belang van het groter geheel, haar verhaal aan te passen. Het effect van de overtreffende trap.

"Ik ben door fanatieke liefhebbers van Yeats belaagd omdat ik de grote meester in een menselijk daglicht heb gezet. Ik had kunnen kiezen voor camouflerende namen, maar ik heb nu eenmaal geen biografie geschreven."

Ook in dit boek komt uw voorliefde voor het theater naar voren. Eén hoofdstuk bestaat zelfs uit een ‘halfverzonnen toneelstuk’.

"Schrijven is ook een vorm van toneelspelen. Ik was een jaar of acht toen mijn vader me meenam naar een amateur-voorstelling in het buurthuis. Vraag me niet welk stuk ze speelden, maar ik herinner me als de dag van vandaag de reactie uit het publiek toen de hoofdrolspelers elkaar kusten. Toen besefte ik wat de mogelijkheden zijn van het geschreven woord. Mijn schrijverij, de behoefte om verhalen te vertellen, is daar ontstaan."

Molly is zo goed als uitgerangeerd. Is dat de grootste angst van elke artiest?

"Voor een acteur ligt dat wellicht moeilijker. Na het grote toneel en de film is het lastig als je daarna alleen bent aangewezen op je eigen schuifdeuren. Een auteur heeft genoeg aan een tafel, een pen en papier of de moderne equivalenten daarvan.

"Ik kan van mijn boeken leven, maar zelfs als er geen enkel boek meer over de toonbank gaat, zal ik door blijven schrijven. Ik kan gewoonweg niet anders."