Roddy Doyle - Stierenvechten

De Ierse schrijver Roddy Doyle (1958) won in 1993 de Booker Prize voor zijn roman Paddy Clarke Ha Ha Ha. Daarnaast is hij vooral bekend van zijn Henry Smart-triologie. Nu is verschenen Stierenvechten, een bundel met bitterzoete vertellingen over mannen en hun midlifecrisis.

De verhalen spelen zich af in huiskamers, klaslokalen en dorpskroegen en worden bevolkt door mannen die de balans opmaken van hun leven en terugdenken aan ‘de goede oude tijd’.

Doyle blijkt ook op de korte baan een meesterlijke observator. Het boek moet, gezien de leeftijd van de schrijver, ook met enige zelfspot zijn geschreven. De miniatuurtjes zijn heerlijk sardonisch. Daarvoor moet je eerst goed naar jezelf hebben durven kijken.

Sleur

Het hele scala van teloorgang wordt op vermakelijke wijze doorlopen. Knieën die beginnen te kraken, de seks als sleur, dingen die steeds vaker uit je handen vallen, gesteun bij het bukken, drankproblemen, de zorgen om uitgaande kinderen, vergeetachtigheid en slapeloosheid. Het zijn kalende dikbuiken, op een bepaalde manier aandoenlijk, die zichzelf voorhouden dat vrouwen van oudere mannen houden. De vijftigers maken zichzelf stuk voor stuk wijs dat ze het wel redden.

Een prachtig staaltje, zeer herkenbaar, zelfbedrog: "Hij had van broekmaat 44 naar maat 46 moeten overstappen. Dat was een beetje een schok, maar het was wel fijn om weer een loszittende broek te dragen. […] Hij was aangekomen, maar hij voelde zich een beetje dunner."

Zonder slag

In veel van de verhalen vinden de mannen het eigenlijk helemaal niet zo erg dat ze niet meer volledig inzetbaar zijn. Ze geven zich vaak zonder slag of stoot over. Ze worden onzichtbaar, het zijn sullen wiens aanwezigheid vanzelfsprekend is geworden. Ze leiden een woordeloos bestaan.

"Er was geen ruzie of zo geweest toen ze naar de kamer van de meisjes verhuisde. Hij denkt van niet. Hij werd op een nacht wakker, en zij was er niet. En de volgende avond voelde hij dat ze uit bed stapte. Het was te warm, zei ze. De avond daarna ging ze rechtstreeks naar de kamer van de meisjes. Een paar jaar geleden. Twee, drie. […] Ze hielden op met praten. Niets dramatisch."

Het uitgestippelde leven dat veel van de personages leiden is heel deprimerend gebleken. Ze realiseren zich dat ze veel kansen hebben gemist. In de kroeg houden ze zich groot voor hun vrienden. Hun angsten lachen ze weg met een grap. Zelfs als Magere Hein al op hun schouder heeft getikt.

Ene Martin heeft een vrij onschuldige darmziekte, zijn beste vriend ligt uitgemergeld in een hospice. "Kanker was eervol, bijna iets om trots op te zijn. Het was verdomme een prestatie, in vergelijking hiermee. Wat was nou weer een fistel. […] Voortaan uit de buurt blijven als ik een scheet laat, jongens."

Pantoffelhelden

In hun jeugd zijn alle personages mannen van stavast geweest en nu zijn het pantoffelhelden. ‘Ik heb nooit een man willen zijn die sloffen droeg. Trek een stel sloffen aan en je bent genaaid; dan zit je leven erop.’

De dood wordt concreet. Eerst zijn opa’s, oma’s, ouders en de oude buren heengegaan en ineens zijn het vrienden van je eigen leeftijd die als een soort grote oefening ten grave worden gedragen.

Begrafenissen

Prachtig is in dit kader het verhaal Begrafenissen, waarbij een zoon uit verveling met zijn baan en relatie zijn bejaarde ouders met de auto naar allerlei mogelijke begrafenissen brengt. Ze reizen stad en land af voor verre familie en vage kennissen.

"Hij wilde bij zijn ouders zijn. Misschien lag het aan het feit dat ze oud waren, en niet meer oud aan het worden waren."

Een prachtige bundel die mannen van veertig en vijftig de ogen zullen openen. Aan de nieuwe werkelijkheid ontkom je niet. De rest van de lezers kan zich heerlijk verkneukelen.

Lees meer over:
Tip de redactie