Wilhem Genazino (1943) is een van de nestors van de Duitse letteren. Hij schreef meerdere bekroonde romans, waaronder het zojuist in vertaling verschenen Geluk als het geluk ver te zoeken is.

De veertigjarige gelukzoeker Gerhard Warlich is een intellectueel maar werkt omdat de arbeidsmarkt nu eenmaal ongenadig is voor afgestudeerde filosofen als kleine manager bij een industriële wasserij.

Hij worstelt met zijn niet al te opwindende bestaan en tegelijk regeert bij hem de angst voor de toekomst. Zijn tere ziel wil niet voortdurend overgeleverd zijn aan het gedwongen abonnement op de werkelijkheid.

Hij is getrouwd met Traudel, een filiaalleider van een bank in een nabijgelegen streekstad. Zij is praktischer en vraagt zich af waarom Gerhard niet eenvoudigweg tevreden kan zijn met hun leven. Hij wil liever geen deel uitmaken van een empirisch vastgestelde groep. Gerhard is een estheet, een conceptueel kunstenaar.

Hij vraagt zich af hoe hij van die bezigheden een beroep kan maken om zo zijn leven zin te geven. Als hij een boek kon schrijven, dan zou zijn voornaamste stelling zijn: de mens kan rampen altijd alleen maar observeren, niet begrijpen. Hij bedenkt het project ‘leven met halve dagen’ en de School voor Kalmering.

Verweringsdagboek

Geluk als het geluk ver te zoeken is is een verweringsdagboek van een relatie en van een persoon. Volgens Gerhard is liefde alleen maar een ander woord voor zwakte. Vrouwen willen altijd nóg gelukkiger worden en omdat ze van geen ophouden weten, gaat het werkelijke geluk verloren.

Hij trekt zich steeds meer terug, zeker nadat Traudel haar kinderwens heeft geuit. Hij wil niet meer verstandig zijn en vertelt op kantoor privé-gebeurtenissen die hem nooit zijn overkomen. Op de vlucht zijn is een goede toestand, omdat tijdens de vlucht de redenen van die vlucht ongemerkt verdwijnen.

Zijn wantrouwige baas vraagt hem om de waschauffeurs te volgen, bang als hij is dat ze in werktijd ergens op een terrasje gaan zitten. Gerhard belandt diep in gedachten in een anarchistische demonstratie en wordt na terugkomst op kantoor ontslagen. Waarschijnlijk is hij zelf gevolgd.

Allrounder

Dan slaat de ontreddering toe. Traudel geeft hem een paar dagen later een annonce waarin een ‘allrounder’ wordt gevraagd, een eufemisme voor loopjongen. Gerhard vervangt het rondlopen in het leven door rondkijken. Hij is een man die naderend onheil wel voelt, maar niet kan verwoorden. Al geeft Genazino hem prachtig beelden mee.

Wanneer een glasbak wordt leeggestort in een afvalwagen dan verzucht Gerhard dat het zo ongeveer moet klinken als hij de hele wereld tegen een muur kon smijten. Over zijn ziekte praat hij niet, ook niet met Traudel. Met ziektes ben en blijf je alleen. Door zijn innerlijke verschuiving is hij voor haar onbereikbaar geworden.

Ten einde raad brengt ze hem naar een psychiatrische kliniek. Vanaf dat moment staat er een weegschaal van pijn tussen hen in, die de ene keer naar Gerhard en de andere keer naar Traudel doorslaat.

Gemak

Eigenlijk voelt Gerhard zich in de kliniek op zijn gemak. Eenzaamheid is normaal; het is alleen zo erg als je er plotseling mee geconfronteerd wordt. Zijn wensen hebben het overleefd dat ze niet in vervulling zijn gegaan. Hij vindt rust. Dat is zijn geluk op het moment dat het geluk ver te zoeken is. De waanzin van één enkele persoon heeft iets vitaliserends en prachtigs.

Genazino is een meester in het slijpen van het dagelijks bestaan. Je blijft hem citeren. Hij heeft het vermogen om een waarheid tegelijk te laten zien en te verbergen. Hij is de schrijver van het kleine gebaar met een groots effect.