Karin Slaughter denkt niet aan lezer

AMSTERDAM - Schrijfster Karin Slaughter (1971) verwierf met haar vaak ijzingwekkende thrillers internationaal de titel ‘koningin van de suspense’. Nu verschijnt haar elfde titel Gevallen. NU.nl ging het gesprek met haar aan.

Een tekst is nooit klaar, de auteur verlaat deze alleen. Spelen daarom vrijwel in elk van uw tien boeken dezelfde personages de hoofdrol?

''Het is waar dat je nooit klaar bent met een tekst. Ik heb een vriendin die kunstenaar is weleens gevraagd wat haar geheim is. Ze zei: ‘Het verschil tussen een kunstenaar en een schilder is dat de kunstenaar weet wanneer hij of zij moet stoppen met schilderen.’ Dat geldt ook voor schrijven. Je weet ongeveer wanneer een personage ‘rond’ is.''

''Je hebt de meeste van de losse eindjes aan elkaar geknoopt. Althans, voor dát specifieke boek. In het volgende boek zijn ze op een andere reis. Ik houd ervan om een gegeven uit het ene boek in een ander te laten echoën, waarbij ik de betekenis net even verschuif.''

Daarin focust u soms ook op een personage dat voorheen alleen een bijrol had.

''Meestal wanneer ik een boek heb afgerond, begin ik aan het eerste hoofdstuk van het volgende. Ik maak een paar aantekeningen waar het personage zich ‘emotioneel’ bevindt en daarna kan ik het even laten liggen.''

''Sara Linton komt bijvoorbeeld in acht van mijn tien titels voor. Ze wordt nauwelijks ouder, het voordeel van fictie, maar ze ondergaat een proces. Ze verliest in een van mijn boeken haar man en gaat door een rouwproces in het volgende. Die karakterverschuivingen interesseren me. Het worden welhaast andere personages.''

Het lijkt alsof u een groot masterplan heeft. Voor een boek of twintig?

''Ik heb er meestal zo’n drie in mijn hoofd zitten. Ik ben als het ware een ijsberg waarvan men steeds alleen het topje ziet. Ik houd er ook van om kleine mysteries rond mijn personages te weven. Zaken die alleen ik weet. In januari ben ik veertig geworden. Ik heb ook al een idee wat voor een boek ik wil schrijven als ik mijn vijftigste verjaardag vier.''

Soms weet de lezer iets dat de personages niet weten.

''Ik houd van onbetrouwbare vertellers. Het is een beetje spelen met de lezers. Het heeft ook te maken met het probleem van het schrijven van een serie. Ik moet mijn vaste lezers belonen en tegelijk moet het boek ook lezers aanspreken die de personages niet kennen. Een delicate balans.''

Wordt u toch nog weleens verrast door wat uw personages doen of denken?

''Absoluut. Als je aan het nadenken bent over een verhaal, is het ongeveer zoals wanneer je denkt aan een strandvakantie. Pas als je je tenen in het zand voelt en de zon op je huid dan weet je écht hoe het is. Als het daadwerkelijke schrijven begint, en ik soms wel twaalf uur achter elkaar bezig ben, weet ik in welke richting een verhaal zich precies ontwikkelt. Daarvoor heb ik het een hele tijd door mijn hoofd laten gaan.''

U geeft heel terloops informatie. Toch wordt je als lezer snel in het boek gezogen. Wat gemakkelijk leest, heeft heel veel moeite gekost?

''Zeker. Ik houd er niet van als de critici zeggen dat ik fictie volgens een formule schrijf. Het is een thriller, er gaat iemand dood en er wordt uitgezocht hoe dat is gebeurd en wie het heeft gedaan. In zoverre klopt het. Ik begin mijn boeken graag met een totaal normale situatie waarna iets schokkends gebeurt. Dat zorgt voor de optimale resonantie. Een vrouw wandelt langs een meer, het is sereen en plotseling vindt ze een levend begraven meisje.''

Een scène die men een ‘longshot’ noemt, u schrijft sowieso heel filmisch.

''Ik ben opgegroeid met de televisie. De naschoolse series die ik zag breng ik nu misschien in de praktijk. Als ik aan het schrijven ben dan denk ik ook in scènes. Het lijkt alsof ik schrijf met een commercieel oogpunt, maar ik schrijf boeken die ik zelf zou willen lezen. Iemand die een boek koopt, leest doorgaans de achterflap en de eerste pagina. Daarom wil ik dat mijn boeken beginnen zoals een kortverhaal.''

Er zijn inmiddels wereldwijd meer dan zeventig miljoen boeken van u over de toonbank gegaan. Hoe gaat u daar mee om?

''In Amerika bestaat het idee dat als je werk heel populair is, dat het dan niet goed kan zijn. John Irving worstelt ook met dat probleem. Omdat hij zo succesvol is, wordt hij niet meer als literair beschouwd. De literaire wereld in Amerika, en waarschijnlijk ook hier, is zeer elitair. Jonathan Franzen (Vrijheid) probeert het aan beide kanten.''

''In die zin word ik liever vergeleken met Charles Dickens die populaire cultuur schreef, of met Stephan King, die in mijn ogen een van de beste Amerikaanse schrijvers is en waarschijnlijk onze Dickens zal worden. Ach, en in zijn tijd moest Shakespeare concurreren met dansende beren.''

Bent u nooit bang om uw vele fans teleur te stellen?

''Natuurlijk, ik houd van ze, maar als ik aan het schrijven ben dan denk ik niet aan ze.''

Lees meer over:

Facebook & Twitter

Facebook & Twitter
Volg het nieuws van NU.nl/Entertainment ook op Facebook en Twitter

NUwerk

Tip de redactie