Verhalenverteller Russo put uit de kleigrond van zijn jeugd

AMSTERDAM - De Amerikaanse auteur Richard Russo (1949) schrijft kloeke boeken. Met Schadevolle jaren keert hij terug naar de epische roman. NU.nl had een gesprek met de goedlachse verhalenverteller.

Voor de roman Empire Falls kreeg Russo de prestigieuze Pulitzer Prize. In 2010 werd in Nederland een satellietroman gepubliceerd: Het inzicht van Griffin. Met een kleine 300 pagina’s voor zijn doen een dunnetje.

Het onlangs naar het Nederlands vertaalde Schadevolle jaren is een gloedvolle ‘jeugdvertelling’ opgedragen aan zijn vader, een beetje een schelmenroman ook.

"Voor Jim Russo. In Memoriam", staat er op pagina 5. Het boek is in de eerste persoon enkelvoud geschreven. De jongen heet Ned Hall, de vader heet Sam. Had u nadrukkelijk personages nodig om dit verhaal te kunnen vertellen?

"Ergens in het begin omschrijf ik het karakter Sam Hall als ‘een man waarop een waarschuwingsetiket geplakt moet worden’. Dat gold ook voor mijn vader.

Die kwam net als Sam Hall terug uit de Tweede Wereldoorlog als een ander mens, alleen nog maar geïnteresseerd in paardenraces, kroegen en vissen. Dit boek komt heel erg dicht bij me. Misschien had ik daarom die afstand nodig."

U bent een onvervalste verhalenverteller. Uw vader was een vrijbuiter, heeft u dat van hem?

"In zekere zin wel. De familie van mijn vader bestaat uit een lange lijn van ‘bullshitters’. Ik ben de eerste professional op dat gebied. Mijn Italiaanse grootouders kwamen uit een klein dorpje. Mijn vader was er een van tien.

Mijn ouders scheidden toen ik jong was en ik bleef bij mijn moeder en háár ouders wonen in een relatief rustige omgeving. Als ik op bezoek ging bij mijn vader dan zaten daar aan de grote tafel ooms en tantes luidkeels verhalen te vertellen. Iedereen corrigeerde iedereen. Het waren geboren redacteuren.

Mijn vader was de beste verteller. Hij verbeterde constant het tempo en de toon. Maar af en toe werd hij verleid door het verhaal zelf en moest ik tegen hem zeggen: ‘Maar pa, ik was er zelf bij hoor.’ Daar wilde hij niets van weten. Hij was een schrijver zonder iets aan het papier te hebben toevertrouwd."

Hij verfde zijn leven op, net als u in Schadevolle jaren?

"Ik heb altijd steeds uit de kleigrond van mijn jeugd geput. Ik ben opgegroeid in een hoofdzakelijk blank plaatsje. Als ik weer eens twijfel, en dat gebeurt me vaak, dan denk ik bij mijzelf dat ik toch wel op een heel smal terrein opereer. Waarom ga ik nu niet eens een stap verder?

Op goede dagen denk ik aan Charles Dickens. Die schreef vaak over wezen. Waarschijnlijk heeft hij zich ooit erg ‘verweesd’ gevoeld en heeft niets hem meer erger beangstigd. Schrijven voor mij is het onder je hoede nemen van metaforische wezen. Mijn moeder was een echte lezer. Zij heeft mijn interesse voor het boek gewekt. De twee verschillende werelden zijn een ideale voedingsbodem voor een jonge schrijver."

U schrijft veel over klassenverschillen. Situeert u daarom uw boeken in kleine plaatsen?

"Als je over klassen wilt schrijven is een dorp ideaal. Iedereen gaat naar dezelfde bioscoop en naar dezelfde kerk, maar er zijn rangen en standen. Een voorbeeld: vlak bij onze kerk lag een hoerenkast. De dames en de koster deelden de piano.

Die werd voor elke dienst naar de kerk gesleept. In de stad kun je over ras schrijven. Daar is veel energie, zijn veel verschillende mensen en veel talen. In de stad wordt de piano niet gedeeld, men leeft langs elkaar heen."

Bestaat uw oeuvre bestaat eigenlijk niet uit één groot boek?

"Ik haat het als men het zo brengt, waarschijnlijk omdat het waar is. Schrijven is voor mij deuren openen. Je staat in een kamer met tien deuren. Zodra je over de drempel stapt, neem je een beslissing. Je wordt je bewust van verlies.

Als ik aan een boek werk dan stapelen de ideeën zich op. Schrijvers zijn egoïstisch. Ze willen het leven van alle mensen leiden. Daarom keer ik vaak terug naar de bron en gebruik een ander perspectief."

Hoe reageerden uw ouders op uw plan om schrijver te worden?

"Mijn vader overleed voordat mijn eerste roman uitkwam. Hij moedigde mij niet aan, maar ontraadde me het ook niet. Zoals ik zijn wereld niet begreep, zo was ik een mysterie voor hem.

Pas toen ik op een leeftijd kwam dat we samen de kroeg in konden, hebben we elkaar enigszins leren kennen. Veel van die zoektocht zit in Schadevolle jaren. Ik weet dat mijn moeder sommige van mijn boeken heeft gelezen. We hebben er eigenlijk nooit over gepraat."

Richard Russo - Schadevolle jaren
Uitgever: Signatuur
Vertaald door Kees Mollema

Lees meer over:
Tip de redactie