GRONINGEN - Al in de Middeleeuwen had zowel de elite als de gewone man een bijbel in de eigen taal in huis, zo blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen.

Een woordvoerder bevestigde zaterdag berichtgeving hierover in Trouw.

Het onderzoek stelt het bekende beeld bij dat arbeiders, zoals de timmerman en de kleermaker, pas sinds de reformatie uit de Bijbel lezen.

Het gebruik van Bijbelvertalingen is dus geen protestantse uitvinding, zoals de protestanten onder leiding van hervormer Maarten Luther hebben willen doen geloven.

Volgens de Groningse onderzoekers werd door wetenschappers veel geleund op protestantse kerkelijke bronnen.

Reformatie

Tot nu toe werd steeds gedacht dat het leken voor de Reformatie verboden was om zelf de Bijbel te lezen, maar dat blijkt niet zo te zijn.

Vaak was het wel gewoon toegestaan. Kerkhervormer Maarten Luther beweerde dat de rooms-katholieke kerk het lezen van de Bijbel verbood, maar dat was propaganda, die werd overgenomen door Luthers volgelingen.

Twee jaar

De Groningse wetenschappers zochten meer dan twee jaar in bibliotheken in Nederland, Vlaanderen, Frankrijk en Italië om in kaart te brengen wie in de Middeleeuwen bijbels in huis had. Dat bleek vooral in de stad het geval.

Daar waren steeds meer ambachtslieden en ook een elite die kon lezen en schrijven, maar niet in het Latijn. De bevindingen kunnen het nodig maken dat geschiedenisboeken worden aangepast.