De Amerikaanse schrijver James Gleick biedt The Information, a history, a theory, a flood een duizelingwekkend overzicht van het complexe terrein van de Informatie.

In de vijftiende eeuw klaagden de Venetianen al over te veel boeken en te veel uitgevers. De paradox van onze tijd is misschien wel dat we in het informatietijdperk leven, maar dat tegelijkertijd het begrip informatie ongrijpbaar voor ons blijft.

Want in het dagelijkse gebruik verwarren we data met kennis en kennis met informatie, veroorzaakt door een duistere wiskundige discipline die we de ‘informatietheorie’ noemen, en die ten grondslag ligt aan alle moderne digitale communicatie.

Soms hebben bepaalde langlopende en turbulente ontwikkelingen iemand nodig die het geheel opsomt, samenvat en interpreteert voor een breed maar goed opgeleid publiek.

De Amerikaanse schrijver James Gleick heeft de handschoen opgepakt en in zijn recent verschenen boek biedt hij een duizelingwekkend overzicht van het complexe terrein.

Gesprek

Gleicks benadering als wetenschapsjournalist en schrijver zorgt ervoor dat het gesprek op gang komt en dat het onderwerp breder op de agenda komt te staan dan voorheen het geval was.

Volgens hem is informatie een begrip dat we meestal op dezelfde manier generieke manier gebruiken zoals het heelal, de ether en het internet.

Gleick bouwt zijn betoog op in een groot driedelig overzicht dat de vijf millennia van de omgang van de mensheid met informatie beslaat. Van de ontwikkeling van het schrift bij de Sumeriers tot de verheffing van informatie tot olie van de kenniseconomie.

Zijn bijna literair historische aanpak om het terrein in grote blokken onder te verdelen, levert goed leesbare hoofdstukken. De auteur geeft prachtige voorbeelden die inzicht geven in de geschiedenis van de informatie. Dat is tevens een geschiedenis van de mensheid.

Moderne helden

Ook moderne helden, zoals de multi-interpretabele McLuhan die alles weer voorzien lijkt te hebben, en Gregory Chaitlin, een Amerikaans wonderkind, en de IBM onderzoeker Charles Bennett die quantummechanica koppelde aan informatie-uitwisseling en het startsignaal gaf voor quantum computing, passeren de revue.

Voor Shannon was informatie niets anders dan een elektrisch signaal dat verzonden kon worden naar een ontvanger. De betekenis van dat signaal was voor hem ondergeschikt aan de techniek.

Nieuwe wetenschap

Een nieuwe wetenschap, de informatietheorie, ontstond die vele terreinen hervormde van economie tot natuurkunde. Informatie was nog nooit zo goedkoop en een keuze was nog nooit zo groot en dringt door in alle andere wetenschappen.

DNA is in beginsel een informatiemolecuul en Gleick citeert Richard Dawkins die zegt dat om het leven te begrijpen je vooral moet kijken naar informatietechnologie. Onder de invloed van alle deze ontwikkelingen is de behoefte aan sturing en duiding nog nooit zo dringend als nu.

Om informatie weer om te zetten in bruikbare kennis ziet Gleick een belangrijke rol weggelegd voor de sociale media en het enorme collaboratieve filter van onze netwerken.

Het nut van The Information

Zoals Gleick duidelijk stelt is informatie nog geen kennis en het is onvermijdelijk dat betekenis terugkeert in de dialoog over kennis en informatie.

Informatie overvloed is volgens Gleick een klacht van alle tijden In het laatste hoofdstuk haalt hij het beroemde verhaal van J. L. Borges aan over de bibliotheek van Babel met alle teksten,waar en vals, ooit verschenen en nog te verschijnen en de hulp die de bezoeker nodig zal hebben om zijn of haar weg te vinden.
.
Een boek als The Information zal dan zeer nuttig blijken te zijn.