AMSTERDAM - Na het in 2009 gepubliceerde Elke liefde telt. Voor gelijke rechten de wereld rond, een non-fictieboek, verrast ex-advocaat, ex-rechter en ex-parlementariër Boris Dittrich nu met een verrassend goed geschreven roman getiteld Moord en brand. NU.nl sprak met de debuterend proza-auteur.

De uitgever heeft het boek de genreaanduiding ‘literaire thriller’ meegegeven en dat maakt extra nieuwsgierig, aangezien Dittrich ruim twaalf jaar Tweede Kamerlid was. Klapt iemand eindelijk uit de school? Krijgen we een kijkje in de achterkamertjes van het Binnenhof?

Het boek is uitstekend geconstrueerd en heeft een originele spanningsboog. De schrijver Dittrich komt eindelijk uit de boekenkast?

"Het is een langgekoesterde wens om te schrijven. Zoals de meesten van ons heb ik ook gedichten gemaakt in mijn late puberteit, maar ik had toen nog niet veel te vertellen. Daar heb je levenservaring voor nodig.

In mijn tijd als advocaat in Amsterdam en toen ik rechter in Alkmaar was, besteedde ik veel aandacht aan de teksten van de pleitnota’s en de rechtelijke stukken. Ik ben altijd met taal bezig geweest. Toen ik in de jaren negentig in de Tweede Kamer kwam, ben ik begonnen met het schrijven in schoolschriftjes.

Het idee voor de moord op een vooraanstaand politicus is daar geboren. Tijdens een trip naar New York in verband met de voorbereiding op een wet tegen stalking kwam ik bij de gerenommeerde officier van justitie Linda Fairstein op de kamer. Aan de muur hingen tot mijn verbazing posters met omslagen van haar thrillers. Ze zei dat ze met het schrijven van die boeken haar nare ervaringen kon verwerken."

Hebt u in Moord en brand úw nare ervaringen in de politiek verwerkt? Met andere woorden: is het een sleutelroman?

"Ik heb het verhaal bewust in de nabije toekomt gesitueerd. Anders is het teveel één op één. Het boek is natuurlijk een mozaïek van alles wat ik in die periode heb meegemaakt. Laat ik het zo zeggen: van het schrijven van sommige stukken heb ik echt genoten."

Toch heeft het boek een groot waarheidsgehalte. U haalt er onder meer Srebrenica, asielzoekers en de moorden op Fortuyn en Van Gogh bij. En je denkt voortdurend personen te herkennen.

"Dat komt denk ik omdat het referentiekader klopt. Een voordeel als je een tijdje in de wandelgangen hebt kunnen meelopen. Ik ben bekend met alle procedures, commissies en rituelen. Ik ben zelf bedreigd en heb onder constante bewaking geleefd.

Wat ik geschetst heb is reëel. De mogelijkheid bestaat wel degelijk dat zoiets echt gebeurt. En onderhuids heb ik in het boek een hoop ‘issues’ aangekaart die mij bezighouden."

Het fictieve kamerlid Korff dient een wetsvoorstel in over echtscheidingsregelingen waar hij zelf baat bij heeft. Daar valt men over. U was een voorvechter voor het homohuwelijk. Heeft u ook dergelijke reacties gehad?

"Ja, ik heb wel kritiek gekregen dat ik als homo voor homorechten opkwam en het voorstel had gedaan het huwelijk open te stellen. Ik antwoordde dan altijd: mag een vrouw dan niet voor gelijke behandeling van mannen en vrouwen opkomen? Meestal bleef het dan stil."

U rekent op hilarische wijze af met de parlementaire journalistiek. Publiceert u het boek daarom nu, geruime tijd na uw vertrek uit de politiek?

"Een politicus moet een dikke huid hebben. Hij of zij mag beslist geen menselijkheid tonen. Dat wordt direct afgestraft. Het persoonlijke is altijd politiek. Journalisten zelf kunnen slecht tegen kritiek.

Ergens in ’98 heb ik in het dagblad Trouw een stuk geschreven over de politieke
pers onder de titel ‘De waakhond die niet blafte’. Ze vielen massaal over me heen. Het is geen afrekening, dat is te sterk uitgedrukt."

De hoofdpersoon Redouan Fouali is een medewerker van de AIVD. Nog bezorgde telefoontjes gehad?

"Na de voorpublicatie in de NRC kreeg ik het verzoek van de AIVD of ik wilde praten. Waarover? Dat zou me tijdens het gesprek uitgelegd worden. Ik ben akkoord gegaan, was nieuwsgierig. Op kantoor in New York kreeg ik toen bezoek.

De AIVD stelde belang in de inhoud van mijn boek. Misschien was men bang dat ik geheimen uit de Commissie Stiekum van de fractievoorzitters zou onthullen.

Ik antwoordde: 'In april komt het boek uit. Lezen is weten.' Het was een heel plezierig gesprek. Alleen tot een signeersessie in het kantoorgebouw van de AIVD in Den Haag is het niet gekomen."

Moord en brand - Boris Dittrich