Yves Petry – De maagd Marino

De ene man snijdt bij de ander zijn penis af en daarna zijn hals door; delen van het lijk gaan de koelkast in voor consumptie. Hoe een waar gebeurde gruwel (de Kannibaal van Rotenburg) tot een literair meesterwerk kan leiden.

Petry’s vijfde roman, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2011, is het fictieve relaas van wat aan deze uitzinnigheid vooraf ging. Literatuur als middel om het onbegrijpelijke te kunnen bevatten, en let wel: niet om er begrip voor te kweken. Begrijpelijk maken en begrip hebben zijn hier twee evenwijdige lijnen zonder snijpunt.

De roman begint met een plastische omschrijving van de moord die geen moord was, omdat beide mannen deze vooraf overeen waren gekomen. Als een monsterverbond van twee monsters waarbij de derde partij het leven is dat afgetroefd moet worden.

Opgebouwd

Zo heeft Petry zijn roman opgebouwd. Het slachtoffer verloor met zijn passie voor zijn vak zijn levenslust, wat ontaardt in een verbitterde walging jegens alles. De dader is als een vacuüm zonder eigen ik; dat zijn holte opgevuld moet worden werd het petrischaaltje voor het waanidee een ander individu te verorberen.

De structuur van De Maagd Marino verbeeldt deze lus. Marino zit in de gevangenis en schrijft zijn verhaal, of eerder beider verhalen, als symbiotisch eindproduct van deze uitzinnige daad. Totdat ‘de gegetene’ zijn eigen stem krijgt en als afgesplitst ik-persoon zijn werdegang beschrijft tot aan zijn fatale ontmoeting met Marino.

Een handvol tekens
 

Naast de psychologische mokerkracht van De maagd Marino is Petry’s schrijfstijl een reden om deze roman te lezen. Een handvol tekens, en zoveel zeggingskracht.

Zoals een astrofysicus met een handvol tekens heelalprocessen in kaart brengt, een muziekvirtuoos je kippenvel kan bezorgen met een paar noten.

De lezer telt voor twee: er zijn passages die je moet herlezen omdat de taalschoonheid het verhaal de loef afsteekt – maar dat is bepaald geen kritiek.

Lees meer over:
Tip de redactie