Zal de weerwolf als monster net zo vergroeid raken met zijn schepper als Dracula van Bram Stoker en Frankenstein van Mary Shelley? Aan de literaire kwaliteiten van Glen Duncan’s Weerwolf zal het in elk geval niet liggen.

Duncan zal hooguit de tijd niet mee hebben. Weerwolven, heksen en vampiers zijn nogal gedebiliseerd door de huidige filmcultuur.

Daar worden de legendarische ondoden voornamelijk gepresenteerd als lipglossblondjes en aftershavemodellen. met een vleugje seks (maar wel safe), transformaties waarbij nooit een siliconentiet ontploft en haar dat altijd goed zit, na welk CGI-gevecht dan ook.

Duncans weerwolf daarentegen biedt the real deal. In grote lijnen vertoont het verhaal overeenkomsten met de gepopulariseerde versies, zoals opgejaagd worden en de clash met rivaliserende bloedzuigers. Maar daarmee houdt de vergelijking op.

Duncans Weerwolf is een fascinerend personage. Buiten volle maan gaat hij door het leven als de 200 jaar geleden geboren, steenrijke upperclass Brit Jacob Marlowe.

Van 200 jaar op deze aarde zou zelfs Gandhi nog cynisch worden, en Marlowe houdt het aardse dan ook wel voor gezien, zeker als hij verneemt dat de buiten hem enige nog levende weerwolf te grazen is genomen. En hij wordt al té lang getergd door gewetensnood vanwege zijn onbedwingbare moordinstinct.

Wijsgeer met galgenhumor

Eenzaamheid en ennui vreten aan dit wonderlijke schepsel, dat ons vanaf de eerste pagina weet te boeien met zijn prachtig verwoorde visie op mens, maatschappij en de zinloosheid van alles.

Een doorgewinterde wijsgeer die zich kan meten met de eeuwenoude ondode van Simone de Beauvoir’s Niemand is onsterfelijk, al is Marlowe met zijn galgenhumor beslist geestiger. Als David Sedaris een weerwolf werd, zou hij over 200 jaar vertellen als Marlowe.

Er zijn twee factoren die het zelfverkozen einde van the beast dwarsbomen. De eerste is een intrige afkomstig van vampiers, die eropuit zijn te muteren in iets nóg onoverwinnelijkers. De tweede is de Goliath onder de redenen om te blijven voortbestaan, maar die we om voor de hand liggende redenen niet verklappen.

Hullie zijn erger

Geloof me, ik was stomverbaasd om – gezien de Buffy’s en de Angels – gegrepen te worden door een roman over een weerwolf. Maar dit is dan ook wel een roman die, evenals Stoker’s en Shelley’s werk, niet op de horror mikt – alle gruwelijke bloedsoepscènes ten spijt, want die zitten er legio in.

De laatste weerwolf is een allegorie, een surrealistisch verhaal over de zin van het leven en het overwinnen van instincten, ook wel bekend onder het fragiele begrip ‘beschaving’.

En tevens een verhaal waarmee de auteur op voorbeeldige wijze de mens uitvergroot tot boosaardige kwezel die met het jagen op monsters vooral jacht maakt op zichzelf, en met het wegzuiveren van hullie-die-erger-zijn zichzelf weer wat zuiverder acht.

Laat u betoveren, verleiden en amuseren door deze weerwolf als docent moderne sociologie met scherpe tanden.