In de VPRO Gids heeft ze een schattige column die zo aardig is omdat het altijd over relativerende waarnemingen gaat van een vrouw op de grens van een zenuwinzinking (om maar een fantastische Spaanse filmtitel te citeren).

In Superduif is van die relativering jammer genoeg geen sprake. Het behandelt een redelijk korte periode in het leven van een puberend schoolmeisje.

Ze is niet zo'n beetje depressief. Als ze wakker wordt moet ze onbedaarlijk huilen en wil ze niks. En aan het eind van het - mooi uitgegeven - boekje vertelt ze haar ouders dat ze liever dood wil.

Lieve vriendin

Ondanks haar voortdurende afwijzing van iedereen die haar nader wil komen, lukt het een nieuw meisje in de klas om echt vriendin te worden. Dat geeft een schijn van normaliteit in haar dagelijks bestaan, dat verder gekenmerkt wordt door wonderlijke wanen.

Eerst merkt ze dat ze een beetje kan zweven, maar algauw ontaardt dit in het groeien van grote lelijke vogelpoten en een groot lelijk vogellijf, waarmee ze als Superduif denkt de nodige reddingen van medemensen te kunnen verrichten.

Mislukte redding

Als echter, zonder dat Superduif er ook maar ene mallemoer aan doen kan, de broer van haar vriendin een dodelijk ongeluk krijgt, slaan de stoppen definitief door. Ook een aantal vruchteloze gesprekken met de psychiater en de liefde van haar ouders kunnen haar niet van haar doodswens verlossen.

Zoals gezegd: de verlossende knipoog wordt in dit goed geschreven boekje node gemist.
Veel :-( en geen sprake van ;-)