AMSTERDAM - Het bekendste onderduikverhaal is natuurlijk dat van Anne Frank, maar in de oorlog hebben veel meer kinderen ondergedoken gezeten. In Amsterdam werd donderdag het eerste exemplaar van het boek Ondergedoken als Anne Frank overhandigd aan wethouder Lodewijk Asscher.

In het boek zijn veertien verhalen van Joodse kinderen opgetekend die in de oorlog moesten onderduiken en overleefden. Het boek en de bijbehorende website zijn gemaakt door Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis.

De vader van Asscher moest als kind in de oorlog ook onderduiken. ''Ik kan me een foto herinneren die gemaakt is in de zomer van 1944. Daarop staan twee blonde kinderen en een jongen met zwarte krullen, mijn vader.''

Volgens de Amsterdamse wethouder is het belangrijk dat de verhalen worden doorverteld. ''Dit kan allerlei vormen van vreemdelingenhaat voorkomen'', aldus Asscher.

Herkennen

Prins werkte bijna twee jaar aan het boek en de website. Volgens hem is het belangrijk dat de kinderen zich kunnen herkennen in de verhalen. ''Dit reikt zoveel verder dan een gemiddelde les in een schoolklas.''

Prins vroeg zich wel af of de kinderen van nu wel geïnteresseerd zijn in de oude verhalen. ''Maar de kinderen worden allemaal geraakt omdat ze zich afvragen wat ze zelf zouden hebben gedaan of gevoeld.''

Vragen

De onderduikkinderen beantwoorden ook veel vragen. Hoe het was om je eigen broertjes en zusjes lange tijd niet te zien of hoe eng het eigenlijk was om onder een luik verstopt te zitten als de Duitsers het onderduikadres controleerden.

Een van de onderduikkinderen legt uit dat je als kind niets snapte van alles wat gebeurde. ''Je begreep helemaal niet wat oorlog was. Je deed gewoon wat je gezegd werd. Je snapte wel dat je niet veilig was.''